Week 2 - Begint werknemer voor aanvang proeftijd al met werken? Wees gewaarschuwd!

 

Wanneer een nieuwe werknemer in dienst treedt, dan spreken werkgever en werknemer vaak een proeftijdbeding met elkaar af. Soms begint een werknemer voorafgaand aan de officiële indiensttredingsdatum al werkzaamheden te verrichten voor zijn nieuwe werkgever. Dit kan riskant zijn!

 

Dit bleek ook maar weer in een zaak waarover het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onlangs moest oordelen. In die zaak zou een werknemer per 1 juli 2014 in dienst treden bij zijn nieuwe werkgever. Werknemer had echter nog een aantal vakantiedagen over bij zijn oude werkgever. Daarom stelde werknemer aan zijn nieuwe werkgever voor om eerder dan 1 juli 2014 te beginnen. Van dit aanbod heeft de nieuwe werkgever gebruik gemaakt. In dat kader is werknemer op 17, 18 en 25 juni 2014 op de vestigingen van werkgever aanwezig geweest.

 

Werkgever en werknemer waren een proeftijd van één maand met elkaar overeengekomen.

 

Op 30 juli 2014 deelde de nieuwe werkgever per brief aan werknemer mede dat het dienstverband tijdens de proeftijd met ingang van 31 juli 2014 werd beëindigd.

 

Werknemer vocht dit proeftijdontslag vervolgens aan. Werknemer was namelijk van mening dat de proeftijd aangevangen was op 17 juni 2014; en dat het gegeven ontslag zodoende buiten de proeftijd was gegeven. Werknemer stelt een loonvordering, althans schadevergoeding, op werkgever in.

 

Hierover hebben partijen geprocedeerd en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden komt tot het oordeel dat werknemer gelijk heeft: het ontslag is na het verstrijken van de proeftijd gegeven. Reden waarom de loonvordering, althans schadevergoeding, van de werknemer wordt toegewezen.

 

In haar beoordeling van deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de volgende factoren meegewogen.

 

Allereerst stelt het gerechtshof vast dat het proeftijdbeding zelf aan alle wettelijke vereisten voldoet, en dus rechtsgeldig is. De vraag die het gerechtshof vervolgens moet beantwoord is of werkgever tijdig een beroep op het proeftijdbeding gedaan heeft. In dat kader overweegt het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden als volgt.

 

Toen de werknemer het voorstel deed om eerder dan 1 juli 2014 te beginnen, heeft de werkgever niet alleen van dit aanbod gebruik gemaakt, maar ook erop aangedrongen dat werknemer zo snel mogelijk zou beginnen. Op 17, 18 en 25 juni 2014 is werknemer op de vestigingen van werkgever aanwezig geweest. De activiteiten die werknemer op deze dagen verricht heeft, hadden meer om het lijf dan enkel kort in algemene zin kennismaken met de organisatie van werkgever. Het betrof namelijk activiteiten die tot de bedongen arbeid van werknemer kunnen worden gerekend. Werknemer heeft voor zijn werkzaamheden op de betreffende dagen in juni 2014 ook loon en een reiskostenvergoeding ontvangen en vakantiedagen opgebouwd. Aldus is voldaan aan het element van loon, één van de wettelijke vereisten om het bestaan van een arbeidsovereenkomst aan te kunnen nemen.

 

Dit alles leidt tot de conclusie dat werknemer uiterlijk op 25 juni 2014 is begonnen met feitelijke werkzaamheden in het kader van de bedongen arbeid en dat de proeftijd (van één maand) dus uiterlijk is verstreken op 25 juli 2014. De opzegging van de arbeidsovereenkomst met ingang van 31 juli 2017 door werkgever is zodoende buiten de proeftijd geschied. Dit wordt ook wel een ‘onregelmatige opzegging’ genoemd. Werkgever dient daarom ter schadevergoeding nog loon aan de werknemer te betalen.

 

Resumerend:

Het doel van een proeftijd is om partijen de gelegenheid te geven om, voordat zij voor de toekomst gebonden zijn, zich gedurende een korte periode proefondervindelijk op de hoogte te stellen van elkaars hoedanigheden en van de geschiktheid van de werknemer voor de bedongen arbeid. Tijdens de proeftijd gelden in principe niet de regels ter zake van ontslagbescherming. Daarom stelt de wet wél strikte geldigheidsvereisten aan een proeftijdbeding. Vanwege deze strenge geldigheidsvereisten wordt ook wel gezegd dat de proeftijd het karakter van een ‘ijzeren proeftijd’ heeft.

 

Tegen deze achtergrond moet worden aangenomen dat de proeftijd begint te lopen zodra de werknemer feitelijk aanvangt met het verrichten van werkzaamheden ter uitvoering van de bedongen arbeid, waardoor de werkgever de gelegenheid wordt geboden zich een beeld te vormen van de kwaliteit van de werknemer. Dit geldt ook wanneer een latere ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst en een daarin opgenomen proeftijdbeding is afgesproken. Zou dit anders zijn, dan zou de proeftijd kunnen worden verlengd tot een langere termijn dan de wettelijk voorgeschreven maximumtermijn, hetgeen in strijd is met de hiervoor toegelichte ratio van de proeftijd.

 

Kortom, een korte algemene kennismaking met de organisatie voorafgaand aan de officiële indiensttredingsdatum zal in principe niet ertoe leiden dat daarmee de proeftijd aanvangt. Maar wanneer het activiteiten of werkzaamheden betreft die werknemer in het kader van de bedongen arbeid verricht, dan zal dat er dus in principe wél toe leiden dat daarmee de proeftijd (eerder) aanvangt (en dus eerder eindigt). Wees hier dus goed van bewust!

 

Heeft u vragen? Of heeft u wellicht advies nodig? Neem dan vrijblijvend contact op met een van onze arbeidsrechtadvocaten.

 

De volledige uitspraak kunt u hier lezen.