Beëindigingsovereenkomst is rechtsgeldig tot stand gekomen via WhatsApp: arbeidsovereenkomst komt ten einde.

 

De wet schrijft voor dat een overeenkomst waarmee een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, alleen rechtsgeldig is als deze schriftelijk is aangegaan. De vraag is of een akkoordverklaring via Whatsapp daaronder valt. Volgens de Rechtbank Overijssel is dat het geval.

 

Wat speelde er in die zaak?

Het betreft een werknemer die sinds in 1981 in dienst is. Laatstelijk werkte hij als ‘private banker’. Op 30 april 2018 heeft werkgever aan werknemer een zogenaamde Tijdelijk Ouderdoms Pensioen (Top)-regeling aangeboden, strekkende tot beëindiging van het dienstverband, welke was neergelegd in een concept-beëindigingsovereenkomst. Medio mei 2018 heeft werknemer dit voorstel telefonisch besproken met de regiodirecteur én heeft hij vervolgens aan zijn direct leidinggevende via WhatsApp laten weten dat hij met de regiodirecteur gebeld heeft en hem gezegd heeft dat hij akkoord is met het voorstel. Daarna volgen nog 1-2 Whatsappjes met diezelfde strekking. Vervolgens heeft werkgever op 15 juni 2018 een door haar ondertekende beëindigingsovereenkomst verzonden aan werknemer, die overeenkomt met de eerdere concept-beëindigingsovereenkomst. Werknemer heeft deze overeenkomst niet ondertekend en ook niet teruggestuurd aan werkgever. Vanaf de in de beëindigingsovereenkomst vastgelegde datum van de vrijstelling van arbeid wordt werknemer niet meer toegelaten tot de werkplek. Daarnaast heeft werkgever de in de beëindigingsovereenkomst overeengekomen ontslagvergoeding aan werknemer betaald.

 

Werknemer start vervolgens een procedure bij de rechter. De vraag die de rechter in die procedure moest beantwoorden, is of partijen overeenstemming hebben bereikt over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, en of de beëindigingsovereenkomst (vervolgens) schriftelijk is aangegaan (en daarmee rechtsgeldig tot stand is gekomen).

 

De kantonrechter oordeelt dat werkgever erop mocht vertrouwen dat werknemer met zijn telefoongesprek medio mei 2018, in combinatie met zijn WhatsApp-bericht, heeft ingestemd met de beëindigingsovereenkomst. Te meer, omdat werknemer tijdens dat telefoongesprek nadrukkelijk akkoord is gegaan met de Einddatum van het dienstverband en de hoogte van de ontslagvergoeding, en werknemer daarnaast ook zelf het initiatief nam voor het versturen van het WhatsApp-bericht, waarin hij verklaarde de beëindigingsovereenkomst te accepteren. Het mag zo zijn dat WhatsApp een vluchtig medium is, maar ten tijde van het opstellen van het bericht stond werknemer niet onder enige (tijds)druk. Daarom gaat de kantonrechter ervan uit dat werknemer welbewust en weloverwogen aan zijn leidinggevende kenbaar heeft gemaakt dat hij aan de regiodirecteur heeft aangegeven akkoord te gaan met het laatste voorstel. Dat is een duidelijke en ondubbelzinnige instemming met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

 

De kantonrechter verwerpt het betoog van werknemer dat hij een voorbehoud heeft gemaakt bij zijn instemming met de beëindigingsovereenkomst. Werknemer heeft in zijn WhatsApp-bericht namelijk niet kenbaar gemaakt dat hij onder voorbehoud heeft ingestemd met de beëindigingsovereenkomst en wat dat voorbehoud dan inhoudt. Verder overweegt de kantonrechter dat het onbegrijpelijk is dat werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de bedenktermijn na constatering dat werkgever uit zijn wilsverklaring heeft opgemaakt dat hij instemt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, terwijl dit in zijn visie niet juist was.

 

Een ander verweer van werknemer is dat de beëindigingsovereenkomst niet tot stand is gekomen, omdat niet aan het schriftelijkheidsvereiste voldaan is. Werknemer stelt dat pas aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan als de overeenkomst door beide partijen is ondertekend. Zo ver gaat het schriftelijkheidsvereiste echter naar het oordeel van de kantonrechter niet. In dit geval is een concept-beëindigingsovereenkomst verstrekt aan werknemer, waarover hij heeft kunnen nadenken in zijn vakantie. Daarmee wordt aan de waarborgfunctie van een schriftelijke beëindigingsovereenkomst voldaan. Verder heeft werknemer via een WhatsApp-bericht laten weten in te stemmen met de beëindigingsovereenkomst en hij heeft dit op 15 juni 2018 nogmaals bevestigd. Daarmee is ook aan de rechtszekerheidsfunctie van het schriftelijkheidsvereiste voldaan. Immers, de instemming is voor beide partijen raadpleegbaar.

 

Kortom, de rechter concludeert dat de beëindigingsovereenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 januari 2019 ten einde is gekomen.  

 

Heeft u vragen? Of wilt u advies inwinnen? Neem dan vrijblijvend contact met SPEE advocaten & mediation op. Wij zijn u graag van dienst.