Betekent het einde van het huwelijk ook het einde van arbeidsovereenkomst tussen twee ex-echtgenoten?

 

Het komt regelmatig voor dat de ene echtgeno(o)t(e) gedurende de relatie, c.q. het huwelijk op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden verricht in het bedrijf van de andere echtgeno(o)t(e). Wanneer het dan vervolgens tot een relatiebreuk, c.q. echtscheiding komt, heeft dat vaak niet alleen voor het privé- en gezinsleven consequenties, maar ook voor de arbeidsrechtelijke relatie tussen beiden.

 

Zo moest de kantonrechter in Noord-Holland onlangs oordelen in een zaak waarin de man na de relatiebreuk de vrouw steeds wisselend tot het werk toeliet om haar vervolgens te schorsen, en dan weer opnieuw tot het werk toe te laten en haar vervolgens weer te schorsen etc. In die zaak verzocht de man de kantonrechter uiteindelijk om de arbeidsovereenkomst met de vrouw te ontbinden. Als reden voerde de man summierlijk aan dat sprake zou zijn van een verstoorde arbeidsverhouding, althans dat er geen werk meer voorhanden zou zijn voor de vrouw. De vrouw betwiste dit stellig. De kantonrechter volgde het verweer van de vrouw en wees het ontbindingsverzoek van de man af. De door de vrouw gevorderde wedertewerkstelling wees de kantonrechter toe. De kantonrechter veroordeelde de man om de vrouw toe te laten tot de werkvloer zodat zij haar werkzaamheden weer zou kunnen verrichten. Zou de man dat niet doen, dan dient hij een forse dwangsom aan de vrouw te betalen. De kantonrechter verbond deze dwangsom aan de wedertewerkstelling vanwege het feit dat de man meermaals had verklaard dat hij de vrouw niet meer zou toelaten tot de werkvloer.

 

En de kantonrechter in Maastricht moest onlangs in een vergelijkbare zaak tussen twee ex-partners oordelen. In die zaak hadden de ex-echtelieden er uiteindelijk voor gekozen om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. Echter, de afspraken die partijen in dat kader in de beëindigingsovereenkomst hadden vastgelegd, leidden tot discussie. Volgens de vrouw was de man op basis van de beëindigingsovereenkomst verplicht om nog (achterstallig) loon (door) te betalen, hetgeen hij weigerde. De man beriep zich op zijn beurt er op dat hij om financiële redenen niet bij machte was dit loon te betalen, en dat uiteindelijk de bewuste beëindigingsovereenkomst gesloten was met daarin een finale-kwijting-clausule, op grond waarvan de man nu betoogt dat hij de vrouw geen (achterstallig) loon meer verschuldigd is.

 

De kantonrechter oordeelt dat bij de uitleg van de beëindigingsovereenkomst gekeken moet worden naar de partijbedoelingen, zoals die onder meer blijken uit de voorgeschiedenis. Voorafgaand aan de beëindigingsovereenkomst heeft de vrouw meermaals het punt van het achterstallig loon aangesneden, en is door de man nooit betwist dat (inderdaad) sprake is van achterstallig loon. Gelet hierop en tevens gelet op de gebruikte formuleringen in de beëindigingsovereenkomst, wijst de kantonrechter de vorderingen van de vrouw toe. De man wordt veroordeeld het achterstallig loon aan de vrouw uit te betalen.

 

Zoals de kantonrechter Maastricht in zijn vonnis al opmerkt: het is niet ongewoon dat in een al dan niet arbeidsrechtelijk geschil tussen ex-echtgenoten de gemoederen hoog op kunnen lopen.

 

Het is daarom goed om te proberen een dergelijk geschil zoveel als mogelijk te de-escaleren. Verder is het altijd verstandig om tijdig juridisch advies in te winnen over de rechten en verplichtingen die op u en uw ex-partner rusten. Want door hierin goed inzicht te hebben, kunt u snel tot de kern van het geschil komen en daarmee ook tot een oplossing, bij voorkeur natuurlijk buiten de rechter om, maar als het niet anders kan dan door middel van een gerechtelijke procedure.

 

Heeft u vragen? Of wilt u graag advies? Neem dan vrijblijvend contact op met SPEE advocaten & mediation, wij staan u graag met raad en daad ter zijde!

 

De volledige uitspraken kunt u hier lezen:

 

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2018:5379

 

en:

 

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:5308