Bezoekster valt in trapgat: is de discotheek aansprakelijk?

 

Een 16-jarig meisje bezoekt op 30 maart 2012 samen met haar vriendinnen een discotheek. Daar vindt die avond een jeugddisco plaats. Voorafgaand aan de jeugddisco heeft het meisje samen met haar vriendinnen op de parkeerplaats van de discotheek al alcohol gedronken. Toen het groepje naar binnen wilde gaan, werd het meisje de toegang geweigerd en werd zij naar buiten gestuurd. De vriendinnen van het meisje werden wel toegelaten.

 

Het meisje gaat daarop naar buiten en gaat om de hoek op een muurtje zitten wachten op haar vriendinnen. Het muurtje ligt naast een trapgat van 3 à 4 meter diep, dat toegang geeft tot de nooduitgang van de discotheek.

 

Het trapgat:

 

Op enig moment is het meisje in het trapgat gevallen en buiten bewustzijn geraakt. Door de val heeft zij ernstig letsel opgelopen, waaronder zes gebroken ribben, het afbreken van het doornvormige uitsteeksel van vijf wervels en een hersenkneuzing. Tevens wordt in het ziekenhuis een alcoholvergiftiging vastgesteld. 

 

De discotheek (en haar aansprakelijkheidsverzekeraar) worden door het meisje aansprakelijk gesteld op grond van artikel 6:174 BW, aansprakelijkheid voor een gebrekkige opstal, en op grond van artikel 6:162 BW, aansprakelijkheid voor een onrechtmatige daad. De rechtbank Amsterdam heeft zich hierover gebogen.

 

De rechtbank beoordeelt eerst of het muurtje, de opstal, gebrekkig is. Het meisje meent dat dit zo is, omdat er bij het trapgat verlichting ontbrak en het muurtje te laag was om het trapgat goed af te schermen. Daardoor zou het trapgat volgens haar snel over het hoofd gezien worden. De discotheek had, aldus haar, voor een veiligere opzet moeten kiezen om ongelukken te voorkomen.

 

Door de rechtbank wordt voorop gesteld dat de constructie van het muurtje deugdelijk is. Dit brengt echter nog niet met zich mee dat de opstal in zijn geheel ook meteen als deugdelijk bestempeld kan worden.

 

De vraag die beantwoord moet worden is of de opstal, gelet op het te verwachten gebruik en ter voorkoming van gevaar, deugdelijk is. De rechtbank acht het van belang dat het trapgat zich op het terrein van een discotheek bevindt, om de hoek van de ingang. De discotheek is een uitgaansgelegenheid, waar alcohol wordt verkocht aan (jonge) bezoekers. Het ligt dus in de lijn der verwachting dat bezoekers onder invloed van alcohol zijn als zij naar buiten komen (of zoals in dit geval zelfs al wanneer zij bij de discotheek aankomen). Het is een feit van algemene bekendheid dat mensen die onder invloed van alcohol zijn, minder oplettend zijn. Uit de feiten volgt dat er sprake is van een opstal waarvan een hoog veiligheidsniveau mag worden verwacht. Dit geldt voor zowel de binnenkant als de buitenkant van de discotheek. Het mag als feit van algemene bekendheid worden beschouwd dat door bezoekers rondom een discotheek wel eens rondgehangen wordt. Daaruit volgt dat van de discotheek verwacht mag worden dat het trapgat wordt afgeschermd.

 

Dat laatste is hier ook gebeurd. De vraag is dan of deze veiligheidsmaatregel voldoende is. Door de rechtbank wordt geconcludeerd dat het muurtje voorkomt dat een niet heel oplettend persoon het trapgat inloopt. Van een situatie waarin een bezoeker het muurtje niet opmerkt, er overheen valt en in het trapgat valt, is geen sprake. Het meisje heeft namelijk expliciet aangegeven dat zij het muurtje gezien heeft; ze is er immers op gaan zitten. Is het muurtje dan ondeugdelijk omdat je er op kunt gaan zitten of staan en dan het trapgat niet ziet en erin valt? Uit de feiten volgt dat niet, aldus de rechtbank. Het muurtje heeft per definitie een afscheidende functie, en daarmee een waarschuwend effect. Ook iemand die minder oplettend is, zal bij het gaan zitten op het muurtje door hebben dat met het muurtje iets afgescheiden wordt. Het is volgens de rechtbank moeilijk voorstelbaar, ook vanuit het gezichtspunt van een onoplettende bezoeker, dat iemand die direct naast het trapgat gaat zitten, het trapgat niet zou kunnen zien. Kortom heeft de discotheek volgens de rechtbank geen gevaarlijke situatie in het leven geroepen (er is geen sprake van een gebrekkige opstal).

 

Verder stelt het meisje dat de discotheek onrechtmatig heeft gehandeld, omdat deze niet heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht om te zorgen voor zitplaatsen buiten de discotheek, zogenaamde rustruimtes. Daarbij had de discotheek volgens haar geen (minderjarige) bezoekers mogen weigeren zonder begeleiding naar huis te bieden. De rechtbank oordeelt dat deze norm nergens uit afgeleid kan worden en dat het bestaan van de zorgplicht niet is komen vast te staan.

 

De discotheek wordt dus niet aansprakelijk gehouden voor het ongeval van het meisje en de door haar opgelopen schade.

 

De volledige uitspraak leest u hier.

 

Het is dus van belang dat u goed voor ogen heeft welke gevaren een opstal met zich meebrengt en dat u de nodige maatregelen treft om deze gevaren te voorkomen. Heeft u hier vragen over? Neem dan gerust contact op met een van onze advocaten. Wij staan u graag met raad en daad ter zijde!