Brexit: de gevolgen voor werkgevers en werknemers

 

Al bijna twee jaar wordt er intensief onderhandeld over de Brexit. Toch zijn de EU en het Verenigd Koninkrijk er nog niet in geslaagd om een definitieve overeenkomst te sluiten. In die overeenkomst worden de voorwaarden vastgelegd die van toepassing zullen zijn op het verlaten van de EU door het Verenigd Koninkrijk. Op 14 november 2018 hebben de onderhandelaars van de EU en het Verenigd Koninkrijk overeenstemming bereikt over een ontwerp-terugtrekkingsakkoord. Dit akkoord is door het Britse parlement op 15 januari 2019 echter verworpen. Als er voor 30 maart 2019 geen akkoord wordt bereikt over een definitieve terugtrekkingsovereenkomst en als zij niet besluiten om de Brexit uit te stellen, dan verlaat het Verenigd Koninkrijk de EU zonder dat er nadere afspraken zijn gemaakt. Dat wordt ook wel het “no-deal-scenario” of de “harde Brexit” genoemd.

 

Recht op verblijf en arbeid

De belangrijkste en meest ingrijpende gevolgen voor werkgevers en werknemers liggen waarschijnlijk op het terrein van het migratierecht.

 

Het ontwerp-terugtrekkingsakkoord

In het ontwerp-terugtrekkingsakkoord is bepaald dat er een transitieperiode komt tot 1 januari 2021. Gedurende die periode blijft het Unierecht gewoon van toepassing. Daardoor kunnen Britse burgers gewoon in de EU-landen blijven wonen en werken en voor EU-burgers die in het Verenigd Koninkrijk wonen, geldt hetzelfde. Na afloop van de transitieperiode kunnen de betreffende burgers verblijf aanvragen op basis van de oude (EU-)voorwaarden. Daardoor kunnen die burgers ook na afloop van de transitieperiode in het betreffende land blijven wonen en werken.

 

Verder is in het akkoord opgenomen dat burgers na vijf jaar ononderbroken in het land te zijn verbleven een duurzaam verblijfsrecht kunnen krijgen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen burgers die al voor de Brexit in het land verbleven en burgers die tijdens de transitieperiode in het land zijn aangekomen.

 

In het akkoord is ook een regeling opgenomen voor grensarbeiders. Grensarbeiders werken in een ander land dan hun woonland. Voor de Britse grensarbeiders geldt dat zij na afloop van de transitieperiode onder bepaalde voorwaarden in EU-landen kunnen blijven werken. Voor grensarbeiders uit een EU-land die werken in het Verenigd Koninkrijk geldt hetzelfde.

 

No deal-scenario

Als er geen overeenstemming bereikt wordt en het no deal-scenario zich voordoet kunnen Britten hun verblijfsstatus vanaf 30 maart niet meer ontlenen aan het EU-burgerschap. Na de Brexit kunnen zij immers geen gebruik meer maken van het vrij verkeer van personen in de EU. Daarnaast hebben zij ook geen vrije toegang meer tot de Europese arbeidsmarkt.

 

Om de gevolgen daarvan voor Nederland en de hier verblijvende Britten op te vangen, heeft het kabinet een overgangsregeling aangekondigd. Die overgangsregeling zal in werking treden bij een no deal-scenario. De regeling loopt van 29 maart tot 1 juli 2020. De Britten die voor de Brexit rechtmatig in Nederland verbleven, behouden tijdens de overgangsperiode hun recht op verblijf, studie en werk. Alle Britten die in Nederland wonen krijgen voor 29 maart een tijdelijke verblijfsvergunning in de vorm van een brief van de immigratie- en naturalisatiedienst. Voor Britten is het dus van belang dat zij juist staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) om daarmee aan te kunnen tonen hoe lang zij al in Nederland verblijven. Binnen de overgangsperiode krijgen de Britten een uitnodigingsbrief om een definitieve verblijfsvergunning aan te vragen. Britten die langer dan vijf jaar rechtmatig in Nederland verblijven, kunnen een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd krijgen. Die kunnen zij krijgen onder dezelfde voorwaarden als EU-burgers die een duurzaam verblijfsrecht kunnen verkrijgen. Britten die korter dan vijf jaar rechtmatig in Nederland verblijven kunnen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aanvragen. Met die vergunningen behouden de Britten hun toegang tot de arbeidsmarkt. Werkgevers hebben op die manier geen werkvergunning nodig om Britten in dienst te houden of te nemen. Ook worden de Britten vrijgesteld van de inburgeringsplicht.

 

Britten die zich pas na 29 maart 2019 in Nederland willen vestigen moeten een verblijfsvergunning als derdelander aanvragen. Op die Britten zijn de normale regels voor niet EU-burgers van toepassing. Zij zijn wel vrijgesteld van het vereiste voor een Machtiging tot Voorlopig Verblijf. Werkgevers die deze groep in dienst willen nemen, moeten een vergunning voor verblijf en arbeid of een tewerkstelling aanvragen.

 

Sociale zekerheid

Het ontwerp-terugtrekkingsakkoord

In het ontwerp-terugtrekkingsakkoord is bepaald dat tot 1 januari 2021 alle Europese Verordeningen op het gebied van sociale zekerheid van toepassing blijven op het Verenigd Koninkrijk. Als het ontwerp-terugtrekkingsakkoord er komt dan verandert er tijdens de overgangsperiode niets op het gebied van de sociale zekerheid. Ook na 1 januari 2021 blijft een aantal verordeningen in bepaalde situaties van toepassing.

 

No deal-scenario

Als er geen akkoord bereikt wordt, dan zijn vanaf 30 maart 2019 de verordeningen betreffende de sociale zekerheid niet meer van toepassing. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben voor werkgevers en uitkeringsgerechtigden.

 

De minister van Sociale Zaken en werkgelegenheid heeft al een aantal voorgenomen maatregelen aangekondigd. Eén van die maatregelen is dat het arbeidsverleden dat werknemers hebben opgebouwd in het Verenigd Koninkrijk vóór de Brexit, ook na de Brexit gewoon blijft meetellen voor de werkeneis en de arbeidsverledeneis voor de WW-uitkering.

 

Verder heeft het kabinet de Verzamelwet Brexit aangenomen. Deze wet geeft het kabinet de bevoegdheid om op diverse terreinen, waaronder de sociale zekerheid, noodmaatregelen te treffen om de gevolgen van Brexit op te vangen. Ook de Europese Commissie werkt momenteel aan een noodverordening om de gevolgen van de Brexit voor de sociale zekerheid op te vangen.

 

Privacy

Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogen persoonsgegevens slechts onder strikte voorwaarden aan organisaties buiten de EU worden doorgegeven. Dat geldt ook voor het delen van personeelsgegevens binnen een concern.

 

Het ontwerp-terugtrekkingsakkoord

In het ontwerp-terugtrekkingsakkoord is daar een regeling voor opgenomen. De regeling maakt het mogelijk dat ook na de Brexit personeelsgegevens gedeeld kunnen worden met organisaties in het Verenigd Koninkrijk.

 

No deal-scenario

Bij een harde Brexit moet steeds beoordeeld worden of aan de voorwaarden van de AVG voor het doorgeven van informatie aan derde landen is voldaan.

 

Andere gevolgen

Ook op andere terreinen zal de Brexit gevolgen hebben. Zo wordt er ook al gewerkt aan een overgangsregeling voor de fiscale gevolgen die de Brexit met zich mee kan brengen als er geen akkoord komt.

 

In het geval van een harde Brexit zullen een aantal Europese Richtlijnen die van belang zijn voor de arbeidsrechtpraktijk niet meer toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk. Voorbeelden van richtlijnen zijn de Detacheringsrichtlijn en de Richtlijn overgang van onderneming.

 

Verder is in geval van een harde Brexit het Verenigd Koninkrijk niet meer gebonden aan de Rome I verordening die betrekking heeft op overeenkomsten. 

 

Komt er nog een akkoord of komt er een harde Brexit? Een spannende tijd breekt aan en het is dus afwachten of het Verenigd Koninkrijk en de EU er nog uit gaan komen!  

 

Wilt u hier meer over weten? Of wilt u advies? Neem dan gerust contact op met een van de advocaten van SPEE advocaten & mediation! Wij staan u graag met raad en daad ter zijde!