De rol van een ondernemingsraad

 

De ondernemingsraad (hierna ook wel aangeduid als ‘OR’) is een orgaan binnen een onderneming die klaar staat voor de werknemers en hun belangen behartigt. Onder meer moet de OR ervoor waken dat er goede arbeidsomstandigheden zijn, dat er voldoende werkoverleg plaatsvindt en dat binnen de onderneming iedereen gelijk wordt behandeld.

 

De bevoegdheden/tools die de OR heeft om deze doelen te bereiken, zijn:

  • Het adviesrecht;

  • Het instemmingsrecht;

  • Het initiatiefrecht;

  • Overleg met de werkgever;

  • Recht op informatie;

     

    Hieronder worden deze bevoegdheden kort toegelicht.

     

    Het adviesrecht

     

    Een belangrijke bevoegdheid van de OR is het adviesrecht.

     

Een ondernemer moet de OR om advies vragen over elk, door hem, voorgenomen besluit. Deze besluiten kunnen betrekking hebben op bijvoorbeeld de beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of een belangrijk onderdeel daarvan; of bijvoorbeeld over een belangrijk inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden van de onderneming.

Het advies moet op tijd aan de OR worden gevraagd, zodat het van invloed kan zijn op het door de ondernemer te nemen besluit. Bij de adviesaanvraag moet de ondernemer zijn motieven voor het besluit voorleggen, zodat de OR een advies kan uitbrengen gebaseerd op feiten, omstandigheden en de redenen voor het besluit.

Wanneer de OR een advies heeft afgegeven en het blijkt dat de ondernemer het advies niet of niet geheel heeft gevolgd, moet de ondernemer eveneens mededelen waarom hij die keuze heeft gemaakt.

Wanneer het besluit van de ondernemer afwijkt van het advies van de OR, dan is de ondernemer verplicht de uitvoering van zijn besluit op te schorten tot een maand na de dag waarop de OR het advies heeft afgegeven.

 

De reden voor deze opschortingstermijn is zodat de OR tijdens die maand een afweging kan maken of zij tegen het besluit van de ondernemer beroep wil instellen bij de rechter (de Ondernemingskamer in Amsterdam). Tijdens de opschortingstermijn mag de ondernemer geen enkele uitvoeringshandeling verrichten met betrekking tot zijn besluit.

Zoals hierboven vermeld, kan de OR een beroep instellen bij de rechter wanneer het besluit van de ondernemer afwijkt van het advies van de OR. Deze mogelijkheid heeft de OR ook, wanneer er nadien feiten bekend zijn geworden die niet tot het gegeven advies hadden geleid.

De ondernemingskamer zal dan oordelen of het beroep tegen het genomen besluit gegrond of niet gegrond is.

Besluit zonder advies

Een besluit dat door de ondernemer is genomen, zonder het afwachten van het advies van de OR, is in principe niet acceptabel. De hoofdregel luidt namelijk dat de ondernemer het advies moet afwachten, zodat het advies van de OR wezenlijk van invloed kan zijn op het door de ondernemer te nemen besluit.

Maar soms geldt er een uitzondering op deze regel. Bijvoorbeeld, wanneer de ondernemer meerdere (redelijke) ’deadlines’ vaststelt waarop hij het advies van de OR wil ontvangen, maar de OR deze deadlines niet respecteert. Het kan dan zijn dat de ondernemer, het advies niet hoeft af te wachten.

 

Het instemmingsrecht

Naast het adviesrecht, heeft de OR ook het instemmingsrecht als bevoegdheid.

De ondernemer heeft de instemming van de OR nodig voor elk, door hem, voorgenomen besluit. Deze besluiten hebben betrekking op de vaststelling, wijziging of intrekking van een regeling op het terrein van het sociale beleid in de onderneming. Dit zijn onder andere regelingen op het gebied van; de arbeidsomstandigheden, het ontslagbeleid, de personeelsopleiding, het werkoverleg, de behandeling van klachten, etc.

Het verkrijgen van de instemming van de OR is voor de ondernemer van belang omdat alleen met instemming van de OR het besluit kan worden genomen en uitgevoerd.

Als de ondernemer geen instemming van de OR ontvangt, dan mag de ondernemer in principe het besluit niet uitvoeren. De ondernemer heeft echter nog de mogelijkheid om vervangende toestemming bij de kantonrechter te vragen.

 

De verschillen tussen het adviesrecht en het instemmingsrecht

De twee voornaamste verschillen tussen de hierboven genoemde twee bevoegdheden, hebben betrekking op:

  1. De aard van de besluiten:

  • Het adviesrecht heeft betrekking op materiële besluiten (zeggenschap, aard van werkzaamheden, etc.).

  • Het instemmingsrecht daarentegen heeft betrekking op personele besluiten (werktijden, vakantieregeling, etc.).

  1. De juridische werking:
  • Bij het adviesrecht moet de ondernemer het OR-advies in zijn definitieve besluit betrekken. Het gaat dus om het beïnvloeden van het door de ondernemer te nemen besluit en niet om stopzetting van het besluit.

  • Bij het instemmingsrecht kan de OR juist wel een besluit tegenhouden door geen instemming te verlenen.

 

Het initiatiefrecht

Een ander tool die de OR kan inzetten, is het initiatiefrecht.

Het initiatiefrecht van de OR kan worden uitgeoefend in twee situaties. De OR kan tijdens een overlegvergadering een suggestie voorleggen, maar de OR mag ook ongevraagd voorstellen doen over alle sociale, organisatorische, financiële en economische zaken.

Deze voorstellen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op het creëren van meer communicatie of betere milieumaatregelen binnen de onderneming. Daarnaast kan het ook een stimulerende functie hebben, zoals voorstellen om studentstages aan te bieden, meer allochtonen of mensen met een handicap aan te nemen, etc.

De ondernemer hoeft niet formeel op het voorstel van de OR te reageren, maar het is wel verstandig als de ondernemer er aandacht aan schenkt. De OR heeft echter in het initiatiefrecht, geen mogelijkheid om een beroep in te stellen tegen het uiteindelijk besluit van de ondernemer.

 

Overleg met de werkgever & recht op informatie

Tot slot heeft de OR recht op informatie en de ondernemer heeft de plicht om de OR volledig te informeren en op de hoogte houden, zodat de OR een correct advies kan uitbrengen op basis van de huidige feiten en omstandigheden.

De OR zal ook minimaal twee keer per jaar overleg moeten houden met de ondernemer, zodat de OR kan ingrijpen wanneer nodig en zo de belangen van de werknemers kan behartigen.

 

Conclusie

Als een ondernemingsraad is ingesteld, dient de ondernemer zich goed rekenschap te geven van de bevoegdheden van de OR.

De OR heeft een aantal tools in handen, waarmee zij de organisatie wezenlijk kan beïnvloeden. Veelal maakt de OR hier ook gebruik van.

In de wet staat omschreven welke procedurele voorschriften de ondernemer en de OR in acht moeten nemen bij het medezeggenschapsoverleg. Zorgvuldige communicatie is daarbij van groot belang, en kan veel (onderlinge) problemen voorkomen.

Zowel de ondernemer als de OR dienen zich hier goed rekenschap van te geven.

Last but not least is de rol van werknemers in deze situatie. Ook werknemers kunnen de OR onder de aandacht brengen dat er iets speelt binnen de onderneming, of de OR aansporen om een initiatief te nemen.

Heeft u vragen of advies nodig? Neem gerust contact op met SPEE advocaten & mediation. Wij staan u graag te woord.