Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering, wat heeft u eraan als toezichthouder?

 

Op 9 september 2019 deed de rechtbank Noord-Holland een uitspraak die een bijzondere inkijkje biedt in de wereld van de bestuurdersaansprakelijkheids­verzekeringen. Een drietal voormalig Imtech-commissarissen hadden hun Amerikaanse verzekeraar voor de rechter gedaagd (in kort geding) omdat die weigerde hun advocaatkosten te betalen in de nasleep van het Imtech-faillissement.

 

Curatoren en gedupeerden beleggers proberen hun schade namelijk mede te verhalen op de drie voormalig toezichthouders bij Imtech. Om het privévermogen van bestuurders te beschermen, sluiten alle grote Nederlandse bedrijven bestuurdersaansprakelijkheidsverzekeringen af, ook voor hun toezichthouders.

 

Imtech is een voorbeeld van zo’n groot bedrijf, waar het helaas behoorlijk fout ging. Het installatiebedrijf uit Gouda (22.000 werknemers, van wie 4500 in Nederland) ging in korte tijd van hoge pieken naar diepe dalen op de beurs, waarna het bedrijf in augustus 2015 failliet ging.

 

Volgens de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering van de drie commissarissen, zouden deze opzettelijk hebben meegewerkt aan misleiding rond de val van Imtech en zou de verzekeraar mede daarom niet hoeven meebetalen aan hun (juridische) kosten.

 

Echter zag de Haarlemse Voorzieningenrechter in kort geding “geen enkele deugdelijke aanwijzing” dat er aan misleiding zou zijn meegewerkt, de rechter vond het ook nodig om verzekeraar CNA het concept van een aansprakelijkheidsverzekering uit te leggen.

 

De strekking van de uitspraak van de Voorzieningenrechter, is, dat indien toezichthouders zich niet meer deugdelijk kunnen verzekeren, het bedrijfsleven onbestuurbaar zal worden, omdat geen enkele goede toezichthouder/commissaris nog bereid zal zijn om een toezichthoudende functie in een beursgenoteerde onderneming op zich te nemen, indien het niet meer mogelijk is om te zorgen voor een adequate afdekking van de hiermee gepaard gaande risico’s.

 

Verder geeft de Voorzieningenrechter aan van mening te zijn dat van een aansprakelijkheidsverzekeraar verwacht mag worden dat deze een “effectief product” op de markt brengt. Er is volgens de Voorzieningenrechter alleen sprake van een effectief product, indien, als een commissaris in zwaar weer terechtkomt, hij of zij ook daadwerkelijk toegang moet hebben tot de verzekerde faciliteiten.

 

Een bestuurder of commissaris van een onderneming, is immers niet zomaar aansprakelijk, zo blijkt uit geldende jurisprudentie. Daarvoor moet sprake zijn van grove schuld, ernstig verwijtbaar handelen of bewuste roekeloosheid. Dat maakt dan ook dat aansprakelijkheidsverzekeringen pas gaan spelen in nogal bijzondere situaties: ze dekken immers schade daar waar bestuurders of commissarissen compleet de plank hebben mis geslagen. Pas als er sprake is van bewust oneerlijk of bewust fraudeleus gedrag, hoeft de verzekeraar niet uit te keren.

 

Volgens de Voorzieningenrechter te Haarlem, dienen de verzekeraars deze lijn te volgen en dus ook alleen niet uit te keren, in geval van grove schuld, ernstig verwijtbaar handelen of bewuste roekeloosheid. Aangezien in de onderhavige casus volgens de rechter niet gebleken is dat aan een van deze voorwaarden is voldaan, dient verzekeraar CNA dan ook gewoon uit te keren.

 

Heeft u vragen of wilt u advies? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met een van onze advocaten. We zijn u graag van dienst!