Een mondelinge einduitspraak door de rechter ter zitting? Dat is mogelijk!

 

Stel u heeft een zitting bij de rechtbank. In de meeste gevallen moet u dan enige tijd wachten op een einduitspraak van de rechter. Per 1 september 2017 heeft de rechter de mogelijkheid om in sommige gevallen mondeling uitspraak te doen op de zitting.  

 

Met de komst van de KEI-wetgeving is per 1 september 2017 een en ander veranderd (zie ook ons onlangs verschenen artikel). Een aantal bepalingen uit die wetgeving is namelijk al onvoorwaardelijk in werking getreden. Zo is per 1 september 2017 artikel 30p Rv in werking getreden dat de mogelijkheid uitbreidt om ter zitting mondeling uitspraak te doen.

 

Die mogelijkheid bestond vóór 1 september 2017 al voor het doen van een tussenuitspraak (232 Rv), maar de rechter kan nu dus ook mondeling een einduitspraak doen op de zitting (30p Rv).

 

De rechter moet in principe de tijd nemen om zijn vonnis schriftelijk vast te leggen. Het is dan ook waarschijnlijk dat de rechter het doen van een mondelinge uitspraak ter zitting, mede met het oog op het goede verloop van de procedure, zal afstemmen met partijen.

 

De regeling van art. 30p Rv geldt voor alle procedures in eerste aanleg (vorderings- en verzoekzaken). In hoger beroep is art. 30p Rv echter niet op alle procedures van toepassing, daarvoor geldt het volgende. Tussenuitspraken mogen steeds mondeling worden gedaan, ongeacht of het een vorderingszaak of een verzoekzaak is, maar voor einduitspraken geldt een beperking. In vorderingszaken mag alleen in kort geding mondeling uitspraak worden gedaan en dus niet in bodemzaken (art. 357 Rv). In verzoekzaken geldt deze beperking niet en mag in alle gevallen mondeling uitspraak worden gedaan.

 

In hoger beroep kan de einduitspraak dus niet in alle gevallen mondeling ter zitting gedaan worden. Volgens de wetgever ligt dat niet voor de hand omdat zaken in hoger beroep vaak gecompliceerder zijn, de uitspraak meestal uitgebreider gemotiveerd is dan in eerste aanleg en omdat de zaak wordt behandeld door meer dan één rechter.

 

In cassatie en bij het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad kan géén mondelinge einduitspraak ter zitting worden gedaan.

 

Door artikel 30p Rv wordt verder een aantal vereisten gesteld aan het doen van een mondelinge uitspraak ter zitting. Zo moeten alle betrokken partijen bij de mondelinge behandeling zijn verschenen en wordt de uitspraak gedaan tijdens of na de mondelinge behandeling, maar nog wel ter zitting. De rechter kan bijvoorbeeld na de mondelinge behandeling de zitting even schorsen en vervolgens zijn uitspraak doen. De uitspraak moet worden vastgelegd in een proces-verbaal. De rechter kan volstaan met het opnemen van de beslissing en de gronden daarvan.

 

Na de mondelinge uitspraak moet de rechter binnen twee weken het proces-verbaal aan de partijen sturen. De termijn voor het instellen van hoger beroep of cassatie begint al te lopen vanaf het moment dat de mondelinge uitspraak gedaan is.  

 

Wilt u hier meer over weten? Of wilt u advies? Neem dan gerust contact op met een van onze advocaten! Wij staan u graag met raad en daad ter zijde!