Finale kwijting in vaststellingsovereenkomst geldt niet voor door werknemer gepleegde fraude!

 

Als een werkgever en werknemer met wederzijds goedvinden de arbeidsovereenkomst beëindigen, wordt er gebruikelijk in de vaststellingsovereenkomst vastgelegd dat partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen. Dit betekent dat partijen dan over en weer niets meer van elkaar te vorderen hebben.

 

Maar wat als de werkgever ná het sluiten van zo’n vaststellingsovereenkomst erachter komt dat de werknemer gefraudeerd heeft? Kan de werkgever dan toch nog de schade op de werknemer verhalen? Of heeft de werkgever al zijn rechten verspeeld als partijen elkaar finale kwijting verleend hebben?

 

Hierover heeft het gerechtshof Amsterdam onlangs moeten oordelen. Het ging in die zaak om het volgende. Nadat de arbeidsovereenkomst door middel van een vaststellingsovereenkomst beëindigd is, ontdekt de werkgever dat de werknemer fraude heeft gepleegd voor een bedrag van meer dan twee miljoen euro. De werkgever vordert betaling van dit bedrag en tevens terugbetaling van de op grond van de vaststellingsovereenkomst aan de werknemer betaalde bedragen. Zowel de kantonrechter als het gerechtshof wijzen deze vordering toe. Dat partijen in de vaststellingsovereenkomst afgesproken hadden dat zij elkaar over en weer finale kwijting verleenden, staat hieraan niet in de weg.

 

Het is overigens vaste rechtspraak dat aanspraken die een partij niet kent, in principe ook niet onder een vaststellingsovereenkomst vallen. Dit kan echter anders zijn als de partij de aanspraak behoorde te kennen, bijvoorbeeld omdat hij zich liet bijstaan door een juridisch adviseur, of zelf als professionele partij heeft aangedrongen op het opnemen van het kwijtingsbeding in de vaststellingsovereenkomst.

 

Heeft u hierover vragen of advies nodig? Neem dan vrijblijvend contact met onze arbeidsrechtadvocaten op. Wij staan u graag met raad en daad terzijde!

 

De volledige uitspraak kunt u hier lezen.