Fraude met declaraties: Bestuurders persoonlijk aansprakelijk?

 

Door een huidkliniek is veelvuldig gefraudeerd met declaraties. Zij heeft met opzet op grote schaal behandelingen gedeclareerd bij een zorgverzekeraar die in werkelijkheid niet verricht zijn. Naast de kliniek zelf houdt de zorgverzekeraar ook twee bestuurders aansprakelijk voor de schade die zij door de fraude geleden heeft.

 

Door het hof wordt bij de beoordeling van het geschil de maatstaf uit het arrest New Holland Belgium/Oosterhof, Driespan gebruikt. Deze maatstaf houdt kortgezegd in dat de bestuurder persoonlijk aansprakelijk gesteld kan worden op grond van onrechtmatig handelen. Daarvoor moet hem het verwijt gemaakt kunnen worden dat hij ervoor gezorgd heeft, of toegelaten heeft dat de vennootschap die hij bestuurt een eerder door haar aangegane overeenkomst niet nakomt en de wederpartij daardoor schade lijdt. Het hangt van de concrete omstandigheden van het geval af of het verwijt dat de bestuurder gemaakt kan worden ernstig genoeg is om hem persoonlijk aansprakelijk te stellen.

 

Door het hof wordt benadrukt dat van een bestuurder van een zorginstelling verwacht mag worden dat deze over kennis beschikt over de wijze van declareren of dat hij zich hierover in voldoende mate laat adviseren, zodat hij op de hoogte is welke behandeling wel en welke niet voor declaratie in aanmerking komt. Daarbij komt dat van bestuurders van een zorginstelling verwacht mag worden dat zij zicht hebben op de bedrijfsvoering, de administratie en de declaraties, zodat een grootschalige fraude niet mogelijk is.   

 

Het hof hecht dan ook veel waarde aan het feit dat de eerste bestuurder zich intensief bezig hield met de bedrijfsvoering. Zij was naar eigen zeggen vaak aanwezig, erg betrokken en wist wat er in de kliniek gebeurde. Daarbij komt dat zij niet alleen verantwoordelijk was voor de financiën en het organisatorisch management, maar ook altijd nauw betrokken was bij het declareren. Het hof acht daarbij van belang dat er geen administratie aanwezig was waaruit bleek welke behandelingen hebben plaatsgevonden en dat er geen toezichthoudend orgaan ingesteld was door de kliniek (wat zij wel verplicht is op grond van de wet).

 

Nu blijkt dat er op grote schaal (opzettelijk) gefraudeerd is, mag in beginsel ook worden aangenomen dat de bestuurder, die zich intensief bezighield met de bedrijfsvoering, hiervan op de hoogte was en daar ook bij betrokken is geweest. De bestuurder valt dan ook een ernstig persoonlijk verwijt te maken.

 

De tweede bestuurder die aansprakelijk gesteld wordt, de echtgenoot van de eerste, was intensief betrokken bij de dagelijkse leiding van de kliniek en was als oprichter en aandeelhouder betrokken bij vennootschappen waarmee de kliniek samenwerkte. Daarnaast was hij als enige (geregistreerde) zorgverlener werkzaam in de kliniek. De door de huidkliniek verrichte behandelingen zijn feitelijk bijna uitsluitend door hem verricht. De bestuurder was er dan ook van op de hoogte dat er bijna alleen (niet voor vergoeding in aanmerking komende) cosmetische behandelingen werden verricht. Geoordeeld wordt dan ook dat de bestuurder ervoor heeft gezorgd of heeft toegelaten dat de huidkliniek niet heeft voldaan – en in strijd heeft gehandeld met – haar wettelijke en contractuele verplichtingen, door het declareren van niet-verzekerde zorg. De bestuurder kan dan ook een ernstig persoonlijk verwijt gemaakt worden.

 

Beide bestuurders dienen de door de zorgverzekeraar geleden schade te vergoeden.

 

Heeft u vragen of advies nodig? Neem dan gerust contact op met een van onze advocaten. Wij staan u graag met raad en daad ter zijde!