Herstel van de arbeidsovereenkomst in hoger beroep: moet de transitievergoeding terugbetaald worden?

 

Wanneer een werkgever van mening is dat een werknemer niet functioneert, kan hij, onder andere, naar de rechter stappen en ontbinding van de arbeidsovereenkomst vorderen. Stel nou de rechter is het met de werkgever eens. Hij ontbindt de arbeidsovereenkomst en kent de werknemer een transitievergoeding toe. De werknemer is het niet met het vonnis eens en gaat hier tegen in beroep. In hoger beroep wordt de arbeidsovereenkomst hersteld. Wat moet er dan met de transitievergoeding gebeuren? Moet de werknemer die terugbetalen?

 

Onlangs heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over een soortgelijke zaak. Wat was er aan de hand? 

 

De werkgever heeft de werknemer per brief van 1 juli 2013 laten weten dat zij in toenemende mate ontevreden was over zijn functioneren. De werkgever gaf aan dat zij genoodzaakt was een verbetertraject in te zetten. In de brief staan verbeterdoelen, met daarbij de mededeling dat aan het eind van het traject alle punten beoordeeld moeten zijn als voldoende. Na het versturen van deze brief hebben zich een aantal voorvallen voorgedaan. Daarbij is door vier collega’s van de werknemer aangegeven dat zij cliënten niet aan de werknemer toevertrouwden. De werkgever stapt naar de rechter.

 

Het oordeel van de kantonrechter en het hof

Door de kantonrechter wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. Deze wordt ontbonden wegens ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid (d-grond). Hij heeft de werknemer een transitievergoeding van € 8.308,- bruto toegekend. De werknemer is tegen de uitspraak in beroep gegaan. Door het hof is daarop geoordeeld dat de werkgever moet overgaan tot herstel van de arbeidsovereenkomst. Verder oordeelde het hof dat door het herstel van de arbeidsovereenkomst, de grondslag voor de transitievergoeding is komen te vervallen. De transitievergoeding dient volgens het hof terugbetaald te worden. De werknemer gaat tegen dit oordeel in cassatie. Volgens hem brengt het feit dat de arbeidsovereenkomst hersteld wordt, niet mee dat hij verplicht is om de transitievergoeding terug te betalen.

 

De Hoge Raad diende dus te beoordelen of de werknemer ondanks het herstel van de arbeidsovereenkomst nog recht had op transitievergoeding.

 

Wanneer door de rechter beslist wordt dat er herstel van de arbeidsovereenkomst dient plaats te vinden, dan wordt door de rechter bepaald vanaf welk tijdstip er sprake is van herstel (artikel 7:683 lid 4 BW jo. Artikel 7:682 lid 6 BW). Dat kan bijvoorbeeld de datum zijn waarop de kantonrechter de overeenkomst ontbonden heeft of een ander tijdstip in het verleden, maar ook een tijdstip in de toekomst. Bij het nemen van een beslissing hierover heeft de rechter – binnen de grenzen van hetgeen de werknemer heeft verzocht – vrijheid.

 

Als de kantonrechter de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever vernietigt, dan is de arbeidsovereenkomst nooit geëindigd. In dat geval komt de rechtsgrond aan de betaling van de transitievergoeding te ontvallen. Er is dan sprake van onverschuldigde betaling door de werkgever en de uitbetaalde transitievergoeding dient in dat geval terugbetaald te worden door de werknemer.

 

Bij herstel van de arbeidsovereenkomst ligt dat anders. Indien de rechter in hoger beroep oordeelt dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ten onrechte heeft ontbonden, dan kan de rechter de werkgever opleggen de arbeidsovereenkomst te herstellen. De ontbinding zelf kan in hoger beroep echter niet ongedaan gemaakt worden. Dat is dus anders dan wanneer de rechter de opzegging vernietigt. Bij herstel van de arbeidsovereenkomst komt de rechtsgrond, in tegenstelling tot de vernietiging, niet aan de betaling van de transitievergoeding te ontvallen. De werknemer is dus pas verplicht om de transitievergoeding terug te betalen aan de werkgever, als hij hiertoe door de rechter wordt veroordeeld. De Hoge Raad is het dus niet eens met het hof dat de transitievergoeding terugbetaald dient te worden en vernietigt de beschikking van het hof.

 

De veroordeling tot terugbetaling van de transitievergoeding wordt aangemerkt als “een voorziening omtrent de rechtsgevolgen van de onderbreking van de arbeidsovereenkomst” (artikel 7:682 lid 6 BW). Of een dergelijke voorziening getroffen moet worden, dient de rechter te beoordelen in samenhang met eventuele andere te treffen voorzieningen. Voorbeelden daarvan zijn voorzieningen met betrekking tot compensatie voor inkomensschade of pensioenschade. Het treffen van dergelijke voorzieningen heeft als doel de werknemer te compenseren voor het nadeel dat hij lijdt door de onderbreking van de arbeidsovereenkomst.

 

Zowel de werkgever, als de werknemer dienen zich goed bewust te zijn van de gevolgen die het opzeggen, dan wel het laten ontbinden van een arbeidsovereenkomst en het daar veelal mee gepaard gaande oordeel van de rechter, met zich mee kunnen brengen. Het is dus goed om dat voor ogen te hebben, voordat u stappen gaat nemen.

 

Heeft u hier vragen over? Of heeft u advies nodig? Neem dan gerust contact op met een van onze arbeidsrechtadvocaten. Wij staan u graag met raad en daad ter zijde!