Het Wetsvoorstel modernisering personenvennootschappen: wat gaat er veranderen?

 

Op 21 februari 2019 is het langverwachte Wetsvoorstel modernisering personenvennootschappen in consultatie gegaan. De huidige regeling voor personenvennootschappen stamt uit 1838. Met het wetsvoorstel wil men deze regeling gaan moderniseren.

 

Personenvennootschappen

In Nederland zijn er ongeveer 231.000 personenvennootschappen: de maatschap, de vennootschap onder firma (VOF) en de commanditaire vennootschap (CV). Vooral in het MKB, in de agrarische sector en in de dienstverlening zijn de personenvennootschappen terug te vinden.

 

Verouderde regeling

De huidige regeling is erg verouderd en voldoet niet meer aan de behoeften van ondernemers en beroepsbeoefenaren (onder andere artsen, notarissen en advocaten). Zo is het nu voor vennoten ingewikkeld om toe te treden tot de vennootschap en houdt de vennootschap op te bestaan wanneer er geen nadere een vennoot wil uittreden en er geen nadere afspraken zijn gemaakt. Daarbij is het voor degenen die met een personenvennootschap handelen vaak niet duidelijk wie zij kunnen aanspreken voor een schuld en voor wat voor bedrag.

 

De belangrijkste wijzigingen op een rijtje:

 

  • De vennootschap en de Commanditaire vennootschap (CV)

Onder de de nieuwe regeling zal er sprake zijn van twee rechtsvormen: de vennootschap en de commanditaire vennootschap.

 

Allebei de rechtsvormen kunnen gebruikt worden voor zowel beroeps- als bedrijfsactiviteiten. Onder de huidige regeling wordt daar nog verschil in gemaakt. Beroepsbeoefenaren kunnen de maatschap of de VOF als rechtsvorm kiezen, terwijl beoefenaren van bedrijfsactiviteiten alleen de VOF kunnen kiezen.

 

Het belangrijkste verschil tussen de maatschap en de VOF is vooral gelegen in de aansprakelijkheid voor schulden van de vennoten. De maten van de maatschap zijn aansprakelijk voor gelijke delen, terwijl de vennoten van de VOF ieder hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de hele schuld. Dat onderscheid gaat verdwijnen.

 

In de nieuwe regeling is bepaald dat een vennootschap voor bedrijfsactiviteiten ook als VOF kan worden aangeduid en dat een vennootschap voor beroepsactiviteiten kan worden aangeduid als maatschap. Bestaande VOF’s en maatschappen hoeven hun naam dus niet te wijzigen.  

 

  • Het ontstaan van de vennootschap

Net als onder de huidige regeling ontstaat de vennootschap door een overeenkomst tussen de beoogde vennoten, die elkaar verplichten tot inbreng, met als doel om gezamenlijk voordeel te halen. Het is onder de nieuwe regeling niet meer verplicht om een akte op te maken. Verder besturen de vennoten gezamenlijk de vennootschap. Over zaken die buiten de normale bedrijfsvoering vallen wordt gezamenlijk beslist. Voor zaken die binnen de normale bedrijfsvoering vallen, zijn de vennoten afzonderlijk bevoegd. Deze handelingen worden verricht voor rekening van de vennootschap. Over het voorgaande kunnen de vennoten andere afspraken maken.

 

  • Rechtspersoonlijkheid voor alle vennootschappen

Onder de huidige regeling ontstaat bij de vennootschap en bij de maatschap die naar buiten toe handelt een bijzonder vermogen dat van het privévermogen van de vennoten is afgescheiden. Deze regeling wordt als ingewikkeld ervaren en zorgt dan ook voor veel vragen in de praktijk.

 

De nieuwe regeling maakt een einde aan deze onduidelijkheid. De nieuwe regeling voorziet namelijk in rechtspersoonlijkheid voor alle vennootschappen. Voor het verkrijgen van registergoederen en het zijn van erfgenaam wordt de eis van inschrijving in het handelsregister gesteld. Op die manier wordt ook tegemoet gekomen aan de belangen van het handelsverkeer. Bovendien zijn vennoten, ter bescherming van schuldeisers, hoofdelijk aansprakelijk voor verbintenissen van de vennootschap, voor zover aannemelijk is dat de vennootschap de verbintenis niet zal voldoen.

 

  • De vennoten onderling

Voor de vennoten onderling geldt nu dat iedere vennoot zich dient te gedragen zoals een goed vennoot betaamt. De nieuwe regeling biedt op dat punt meer duidelijkheid. De regels die ontwikkeld zijn in de jurisprudentie zijn gecodificeerd. Om vast te stellen wat iedere vennoot moet bijdragen in het vermogen van de vennootschap en wie recht heeft op welk gedeelte van de winstuitkering, voorziet het voorstel in een jaarlijkse verplichting tot het vaststellen van een staat van baten en lasten, en het vaststellen van een resultaat. Op dat punt is de gangbare handelspraktijk gecodificeerd. Verder moet er een deugdelijke administratie worden bijgehouden. Dat is ook in het belang van derden, zoals schuldeisers.

 

Verder biedt het voorstel ook nieuwe mogelijkheden voor ondernemers om financiering aan te trekken. Het wordt namelijk eenvoudiger om op de rechtsverhouding tussen vennoot en vennootschap zekerheidsrechten te vestigen, zoals pand of vruchtgebruik. Een geldschieter krijgt op die manier meer zekerheid dat het geleende bedrag wordt terugbetaald.

 

  • Toe- en uittreding van de vennoten

In de huidige regeling is geen toe- of uittreedregeling voor vennoten opgenomen. In de praktijk moet de oude vennootschapsovereenkomst ontbonden worden en moet of een nieuwe vennootschapsovereenkomst gesloten worden of voorziet de vennootschapsovereenkomst in ingewikkelde verblijfs- en overdrachtsbedingen. De nieuwe regeling maakt het toe- en uittreden eenvoudiger.

 

Daarbij komt dat een uittredende vennoot vanaf vijf jaar na uittreding bevrijd is van de verplichtingen richting derden. Een toetredende vennoot wordt pas na zijn toetreding aansprakelijk voor alsdan opeisbare vorderingen. Bovendien heeft de uittredende vennoot bij uittreding recht op een uittredingsvergoeding gebaseerd op de waarde van het aandeel van de vennoot in het bedrijf.

 

Verder zullen vennoten ook profiteren van de rechtspersoonlijkheid van de vennootschap. De rechtspersoonlijkheid faciliteert het toe- en uittreden van vennoten zorgt ervoor dat goederen eenvoudig aan de vennootschap kunnen worden overgedragen. De vennoten kunnen namens de vennootschap richten derden handelen. Indien de vennoten beperkt zijn in hun vertegenwoordigingsbevoegd, dan moet dit in het handelsregister ingeschreven zijn om jegens derde te kunnen werken.

 

  • Het verhalen van een vordering

Vorderingen van derden kunnen zowel op de vennootschap als op de individuele vennoten verhaald worden, wanneer aannemelijk is dat de vennootschap de schuld niet zal voldoen. Dat kan gedaan worden, ongeacht of er sprake is van beroeps- of bedrijfsactiviteiten. Daar is één uitzondering op, namelijk in het geval de uitvoering van een opdracht is toevertrouwd aan één van de vennoten. Voor die gevallen geldt de afwijkende regeling dat alleen de betrokken vennoten naast de vennootschap aansprakelijk zijn. De nieuwe regeling komt daarmee tegemoet aan de kritiek op het huidige recht dat vennoten die niet betrokken zijn bij een opdracht voor een aanzienlijk bedrag aansprakelijk kunnen worden. De vennoten kunnen andere afspraken maken met de opdrachtgever.  

 

  • Het einde van de vennootschap

In het voorstel is het einde van de vennootschap verduidelijkt. De vennootschap kan eindigen door een besluit van de vennoten die bijvoorbeeld hun activiteiten willen beëindigen. In bijzondere gevallen kan ook het OM of kunnen derden ontbinding van de vennootschap verzoeken. Na ontbinding van de vennootschap zullen vereffenaars benoemd worden die zorg dragen voor een zorgvuldige afwikkeling van de vennootschap. De schulden worden betaald en een eventueel overschot komt toe aan de vennoten. Wanneer er sprake is van een tekort dan dienen de vennoten dit aan te vullen.

 

  • Handelingen van de commanditaire vennoot namens de vennootschap

Onder de huidige regeling is de commanditaire vennootschap een bijzondere vorm van vennootschap. De vennoot die daaraan deelneemt zal niet verbonden zijn voor de verbintenissen van de vennootschap jegens derden. De vennoot neemt deel door geld te investeren of advies te geven zonder aansprakelijk te worden gesteld voor schulden van de vennootschap. Onder de huidige regeling geldt dat de commanditaire vennoot voortaan handelingen voor de vennootschap mag verrichten op basis van een volmacht verstrekt door de andere vennoten. Nu geldt er nog een verbod op dergelijke handelingen.

 

Op het wetsvoorstel kan nog tot 31 mei 2019 gereageerd worden. Wij houden u op de hoogte van het verloop!

 

Wilt u hier meer over weten? Of wilt u advies? Neem dan gerust contact op met een van de advocaten van SPEE advocaten & mediation! Wij staan u graag met raad en daad ter zijde!