Hoe ver reikt de bevoegdheid van de curator bij afgifte en inzage van e-mails van bestuurders?

 

In een faillissement wil de curator e-mails inzien van de bestuurders van de failliete vennootschappen. Hij heeft daarom bij de rechtbank verzocht om inzage in de e-mailboxen van de bestuurders. Heeft de curator een onbeperkt en onvoorwaardelijk recht op inzage? Of is dat recht beperkt als er ook privé-e-mails in de e-mailboxen zitten?

 

Wat speelde er?

De vennootschappen van Paradigit zijn door de rechter failliet verklaard. Naar aanleiding daarvan zijn er twee curatoren benoemd. De curatoren zijn op grond van artikel 92 van de faillissementswet (Fw) verantwoordelijk voor het veiligstellen van de administratie van de failliete vennootschap. Op grond daarvan vordert de curator inzage in de e-mailboxen van de bestuurders van de vennootschap.

 

De administratie is veiliggesteld door een externe partij op een server. Het is sowieso duidelijk dat de alle correspondentie bewaard is gebleven. Het is de vraag in deze of de curator bevoegd is om de e-mails te lezen. Daarbij is het relevant dat:

 

  • de server waar de e-mails op staan géén eigendom is van de Paradigit-vennootschappen;
  • de extensie die Paradigit gebruikte (@paradigit.nl) eigendom is van een andere Paradigit-vennootschap die niet failliet is;
  • alle correspondentie van álle vennootschappen ging via dezelfde e-mailadressen;
  • de e-mailboxen ook voor privédoeleinden gebruikt werden door de bestuurders.

 

Het oordeel van de rechter

Volgens de rechter heeft de curator op grond van artikel 92 Fw de taak om onmiddellijk na zijn benoeming alles in het werk te stellen om de administratie en alle aanwezige informatie daarover veilig te stellen voor zijn latere onderzoek. Tot de in het artikel genoemde ‘bescheiden en andere gegevensdragers’ horen ook digitale bestanden waarop zo’n soort informatie zich bevindt, maar ook vermoed kan worden dat zich daarop zo’n soort informatie bevindt.

 

Server

Dat de Server geen eigendom is van de failliete vennootschappen staat volgens de rechtbank niet in de weg aan inzage of afgifte aan de curator. Ook e-mails die zich op een server bevinden die van een derde is, vallen onder het bereik van het artikel. Als dat niet zo zou zijn, dan zou het namelijk héél makkelijk zijn om (een deel van) de administratie aan de werking van het artikel te onttrekken. Het artikel zou dan als het gaat om digitale bestanden zelfs helemaal buiten spel gezet kunnen worden. De curator zou zijn taak dan niet goed kunnen uitoefenen. Het is dus niet relevant dat de server geen eigendom is van de failliete vennootschappen.

 

@paradigit.nl

Hetzelfde geldt voor het verweer dat dat de extensie @paradigit.nl geen eigendom is van de failliete vennootschappen en dat de e-mailboxen daarom geen deel uitmaken van de administratie. Onder de administratie valt ook de e-mailcorrespondentie van de failliete vennootschappen. De e-mailcorrespondentie die gevoerd wordt met de e-mailadressen van een failliet moet dan ook tot de administratie van die failliet gerekend worden. Het staat vast dat de e-mailadressen met de extensie @paradigit.nl gebruikt zijn voor de uitoefening van de bestuurstaak. Daarom moeten alle e-mailadressen beschouwd worden als e-mailadressen van de failliete vennootschappen, en daarmee als onderdeel van de administratie. Indien de rechter zou oordelen dat dit niet zo is, zou dus door het gebruik van een e-mailextensie die eigendom is van een derde, alle e-mailcorrespondentie aan de werking van het artikel onttrokken kunnen worden en zou de curator deze dus niet kunnen inzien.

 

Bestuurders hebben al informatie beschikbaar gesteld

De bestuurders stellen dat de curatoren al over alle relevante informatie beschikken. Volgens hen is niet alleen de volledige administratie ter beschikking gesteld, maar zijn ook alle e-mailboxen van medewerkers en mappen uit de e-mailboxen van de bestuurders gedeeld.

 

Volgens de rechtbank is het echter zo dat de curator niet afhankelijk moet zijn van het bestuur voor hetgeen waarin hij wel en niet inzage krijgt. Dat moet de curator zelf kunnen bepalen.

 

Verder zijn de bestuurders van mening dat de curator geen inzage mag krijgen in e-mailcorrespondentie van derden. Daarmee doelen zij op het feit dat de e-mailadressen ook gebruikt werden voor vennootschappen die niet failliet zijn. Dat de e-mailadressen gehanteerd worden binnen de héle Paradigit groep en de curator dus ook inzage zou krijgen in e-mailcorrespondentie die betrekking heeft op niet-failliete vennootschappen, is het gevolg van de keuze om de e-mailadressen binnen de groep te hanteren, en niet enkel binnen de vennootschappen. De curator mag de correspondentie dus inzien, maar moet deze wel als ‘ongelezen’ beschouwen.

 

Persoonsgegevens

Vervolgens voeren de bestuurders het verweer dat wettelijke geheimhoudingsplichten van de vennootschappen zich verzetten tegen de vrijgave van de gegevens op de server. Dit zou zien op het verwerken van persoonsgegevens van klanten en leveranciers door de niet-failliete vennootschappen én op de privacy van werknemers van de Paradigit-groep en vertrouwelijke bedrijfsinformatie van de niet-failliete vennootschappen. Ook dit verweer gaat volgens de rechtbank niet op.

 

Privégebruik zakelijke e-mailboxen

Tot slot voeren de bestuurders aan dat de e-mailboxen ook gebruikt zijn voor privédoeleinden. Inzage in de e-mailboxen zou volgens de bestuurders leiden tot ongeoorloofde inmenging in hun privéleven.

 

De curator heeft geen gronden aangevoerd waarom de noodzaak bestaat om ook de privécorrespondentie in te zien. Volgens de rechtbank doet het er niet toe dat de bestuurders er zelf voor gekozen hebben om privécorrespondentie via hun zakelijke e-mail te laten gaan. Het verweer van de bestuurders dat hun belang bij bescherming van hun privéleven en -correspondentie zwaarder weegt dan het belang van de curator om onbeperkt inzage te hebben in hun e-mailboxen slaagt dan ook.

 

De curator heeft dus géén recht op onbeperkte en onvoorwaardelijke inzage in de e-mailboxen van de bestuurders.

 

Tot slot

Het inzagerecht van de curator gaat dus ver. Het wordt namelijk niet zomaar beperkt door een server of extensie die eigendom is van een derde. Dat de e-mailboxen zijn gebruikt voor privédoeleinden staat echter wel in de weg aan het inzagerecht van de curator. In dit geval valt de belangenafweging uit in het voordeel van de bestuurders, omdat de curator niet voldoende naar voren heeft gebracht waarom in dit geval de concrete noodzaak bestaat om (ook) kennis te nemen van de privécorrespondentie.

 

Dit betekent dat er in de praktijk een onderscheid gemaakt moet worden tussen privé-e-mails en zakelijke e-mails. Een accountant moet de opdracht krijgen om de e-mailboxen door te spitten en te bekijken welke e-mails tot welke categorie behoren. De kosten hiervoor moeten volgens de rechtbank gedeeld worden tussen de bestuurders en de curator. Hierin speelt mee dat de bestuurders zélf de keuze hebben gemaakt om de e-mailboxen ook te gebruiken voor privédoeleinden. Als zij dat niet hadden gedaan, dan hadden deze kosten niet gemaakt hoeven te worden.

 

Heeft u hier vragen over? Of wilt u advies? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met een van onze advocaten! Wij zijn u graag van dienst.