Hoe ver reikt de zorgplicht van de verzekeraar tijdens de looptijd van de verzekering?

 

In 1984 wordt door de eigenaar van een pand een brandverzekering afgesloten. In de polisvoorwaarden is opgenomen dat degene die de verzekering afsluit zélf verantwoordelijk is voor het doorgeven van het verzekerde bedrag en de hoogte daarvan.

 

De eigenaar heeft wijzigingen doorgegeven in 1993 en in 1997 en in 2002 is het verzekerde bedrag omgezet naar euro’s. Door de verzekeraar wordt in 2003 een risicoanalyse van haar verzekeringsportefeuille aangekondigd, maar het pand waar het hier om gaat wordt door de verzekeraar niet bezocht.

 

Daarna ontvangt de verzekeringnemer in 2005 wel een brief van de verzekeraar. Daarin vermeldt de verzekeraar dat de polis van de verzekeringnemer sinds 1997 niet meer aangepast is en dat er naar de mening van de verzekeraar sprake is van onderverzekering. Om problemen bij eventuele schade te voorkomen dienen de verzekerde bedragen aangepast te worden. De verzekeraar stelt voor dat er een afspraak gemaakt wordt voor advies van een van haar werknemers.

 

Die afspraak komt er niet en in 2012 is er brand in de woning. Dan blijkt dat er inderdaad sprake is van flinke onderverzekering. De schade is begroot op € 29.032,27, terwijl een vergoeding ter waarde van € 10.189,38 uitbetaald is aan de eigenaar. Vanwege de onderverzekering is een bedrag van € 18.842,89 niet vergoed.

 

Volgens de eigenaar heeft de verzekeraar er niet voldoende aan gedaan om hem te waarschuwen tegen onderverzekering. Het hof is, net als de rechtbank in eerste aanleg, van oordeel dat de verzekeraar wel voldoende gewaarschuwd heeft.

 

Daarbij stelt het hof voorop dat een verzekeraar op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde belangen van de verzekeringnemer in acht moet nemen. De zorgplicht van de verzekeraar moet worden onderscheiden van de zorgplicht van de assurantietussenpersoon omdat tussen de verzekeraar en de verzekeringnemer geen sprake is van een overeenkomst van opdracht.

 

Vervolgens geeft het hof aan dat het afhangt van de omstandigheden van het geval wat de omvang van de zorgplicht is. Daaronder kan worden begrepen:

 

  • De aard en complexiteit van de verzekeringsovereenkomst;

  • De hoedanigheid en eventuele deskundigheid van de cliënt;

  • De mate en wijze van bemoeienis van en eventuele advisering door de verzekeraar bij het afsluiten en continueren van de verzekeringsovereenkomst.

 

Het hof gaat vervolgens de omstandigheden in deze situatie afwegen. Het belang bij de verzekering, verzekerd zijn tegen schade aan de woning door brand, is groot. Nergens blijkt uit dat de eigenaar van de woning deskundig is op dit gebied. Verder staat vast dat de verzekeraar eerst een kleine verzekeraar was die langs ging bij de verzekerden, maar door de jaren heen zijn de verhoudingen verzakelijkt tot schriftelijk contact over verlenging van de polis.

 

Het hof is van mening dat van de verzekeraar verwacht mag worden dat hij bij aanvang en telkens bij verlenging van de polis, waarschuwt tegen het gevaar van onderverzekering. Dat in de polisvoorwaarden is opgenomen dat de verzekerde zelf verantwoordelijk is voor het doorgeven van het verzekerde bedrag en de hoogte daarvan, doet niets af aan de waarschuwingsplicht van de verzekeraar. Verder dan deze waarschuwingsplicht gaat het hier echter niet.

 

Volgens het hof is onvoldoende gesteld dat de zorgplicht van de verzekeraar ook vereist dat de verzekeraar ervan op de hoogte moet zijn dat de verzekeringnemer zich realiseert dat hij in de loop van de tijd onverzekerd geraakt is en dat hij zich bewust was van de risico’s die dit met zich meebracht. Verder is door de verzekeringnemer onvoldoende gesteld waarom van de verzekeraar verwacht mocht worden dat hij controleerde of het bedrag waarvoor de woning verzekerd was nog klopte en om concrete stappen te zetten om de verzekering aan te passen naar de actuele herbouwwaarde.

 

In 2003 werd door de verzekeraar de risicoanalyse aangekondigd. Die brief had niet de strekking dat eventuele onderverzekering onder de loep zou worden genomen en om die reden wordt het de verzekeraar niet aangerekend dat het huisbezoek niet heeft plaatsgevonden.

 

Dat de verzekeringnemer geen gehoor heeft gegeven aan de brief in 2005 en dit advies door hem niet is opgevolgd, dient voor zijn rekening te blijven, aldus het hof. De verzekeraar was dus niet op grond van zijn zorgplicht verplicht om de verzekeringnemer nogmaals erop te attenderen dat hij onderverzekerd was.

 

De verzekeraar heeft dus een zorgplicht die hij moet nakomen, maar het is ook van belang dat u zelf in de gaten houdt of u nog wel voldoende verzekerd bent.

 

Heeft u vragen of advies nodig? Neem dan gerust contact op met een van onze advocaten. Wij staan u graag met raad en daad ter zijde!