Week 4 - Hoe voorkomt u als werkgever dat het UWV u een loonsanctie oplegt?

 

Vorige week schreven we al over het risico dat een werkgever loopt om - na twee jaar arbeidsongeschiktheid van een werknemer - een loonsanctie opgelegd te krijgen van het UWV. In dat artikel hebben we uitgelegd dat het mogelijk is om, wanneer het UWV u ten onrechte een loonsanctie oplegt, de daardoor geleden schade op het UWV te verhalen.

 

Maar liefst wilt u natuurlijk weten hoe u kunt voorkómen dat het UWV een loonsanctie oplegt! Lees daarom snel hier verder.

 

Een loonsanctie wordt opgelegd wanneer het UWV van mening is dat een werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen verricht heeft.

 

Bij het bepalen of een werkgever (on)voldoende re-integratie-inspanningen verricht heeft, houdt het UWV rekening met de Wet Verbetering Poortwachter, de Regeling Procesgang eerste en tweede ziektejaar, de Regeling Beleidsregels beoordelingskader Poortwachter en de Werkwijzer Poortwachter.

 

Het UWV beoordeelt stapsgewijs of een werkgever (on)voldoende re-integratie-inspanningen verricht heeft:

  1. Allereerst wordt getoetst of er een bevredigend re-integratie-resultaat is bereikt;
  2. Wanneer er géén bevredigend re-integratieresultaat is bereikt, dan wordt getoetst of er voldoende re-integratie-inspanningen zijn verricht;
  3. Wanneer de re-integratie-inspanningen als ‘onvoldoende’ worden beoordeeld, dan wordt getoetst of hiervoor een deugdelijke grond aanwezig is;
  4. Wanneer hiervoor géén deugdelijke grond aanwezig wordt geacht, dan wordt beoordeeld of er mogelijkheden zijn om de tekortkomingen te herstellen.

 

Werkgevers doen er goed aan om de Werkwijzer Poortwachter, die het UWV hanteert, er eens aandachtig op na te lezen. In de Werkwijzer vindt u namelijk uitgebreid antwoord vragen, zoals bijvoorbeeld:

  • Wat verwacht het UWV van u als werkgever bij de re-integratie van een zieke werknemer?
  • Hoe toetst het UWV of de re-integratie-inspanningen van u als werkgever voldoende zijn?
  • Welke gevolgen heeft het voor u als werkgever wanneer blijkt dat uw re-integratie-inspanningen onvoldoende zijn geweest?

 

Kortom, in de Werkwijzer Poortwachter wordt u als werkgever meegenomen in het proces vanaf het eerste en tweede ziektejaar tot en met het moment waarop UWV de re-integratie-inspanningen toetst. In de Werkwijzer Poortwachter staat beschreven wat er van alle partijen wordt verwacht tijdens de eerste 2 ziektejaren. De Werkwijzer Poortwachter dient dus als richtlijn voor de aanpak van de re-integratie van uw zieke werknemer.

 

Wat opvalt is dat het UWV (zeer) strenge eisen stelt aan een zogenaamd ‘tweede spoor traject’, dat moet worden opgestart zodra er geen vooruitzicht (meer) bestaat op structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie. Het UWV is van mening dat het tweede spoor traject in principe uiterlijk binnen 6 weken na de Eerstejaarsevaluatie (= in de 52e verzuimweek) moet worden opgestart. Hiervan mag alleen worden afgezien wanneer er binnen drie maanden een concreet vooruitzicht bestaat op structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie in eigen of aangepast werk dat zo dicht mogelijk aansluit bij de functionele mogelijkheden van de werknemer, óf als de zieke werknemer überhaupt geen mogelijkheden heeft.

 

Ontstaat er pas na de Eerstejaarsevaluatie belastbaarheid, dan gaat het UWV ervan uit dat het bijstellen van het Plan van Aanpak binnen twee weken plaatsvindt, en dat het opstarten van de re-integratieactiviteiten binnen maximaal zes weken plaatsvindt.

 

Volgens het UWV moet het tweede spoor traject zo worden ingericht dat er een ‘personeelsprofiel’ worden opgesteld, met een beschrijving van de door de werknemer genoten scholing en cursussen, opgedane werkervaring en vaardigheden, zijn ambities, wensen en voorkeuren. Verder moet er aan de hand van de arbeidsmogelijkheden, wervingsmogelijkheden en hervattingsmogelijkheden op de actuele arbeidsmarkt, een beredeneerd ‘zoekprofiel’ worden opgesteld, met als doel te bekijken welke functies en werkzaamheden geschikt zouden zijn voor de zieke werknemer. Verder moeten alle rapportagemomenten inzichtelijk zijn.

 

Werkgevers mogen kiezen: óf ze houden het tweede spoor traject zelf in beheer, óf laten zich hierbij bijstaan door een deskundige (bijvoorbeeld een reintegratiebureau). Het UWV verwacht echter wel van werkgevers die ervoor kiezen om het tweede spoor traject zelf in beheer te houden, dat zij de inzet van een deskundige aanbieden én bekostigen wanneer de werknemer dat wenst.

 

Het moge duidelijk zijn: de re-integratie van een zieke werknemer is dus bepaald geen sinecure.

 

Wilt u meer weten over de wijze waarop u de re-integratie van uw zieke werknemer ter hand moet nemen? Of stagneert de re-integratie van uw werknemer en zit u met de handen in het haar? Neem dan vrijblijvend contact met SPEE advocaten op. Wij staan u graag met raad en daad ter zijde!