Huurincasso? Let goed op wie contractspartij is!

 

Bent u verhuurder en laat uw huurder de huur onbetaald? Dan is het zaak om goed op te letten wie nu precies de schuldenaar is: een privépersoon of toch een vennootschap? En hoeveel onderzoek moet u als verhuurder doen naar de juridische status van uw huurder als contractuele wederpartij?

 

In een huurkwestie die recentelijk in hoger beroep aan het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd voorgelegd, ging het om de situatie waarin verhuurder met huurder een (onder)huurovereenkomst bedrijfsruimte had gesloten. Daarin stond te lezen dat huurder was: De heer X, woonachtig (adres van X), zaakdrijvende onder de naam ‘X bedrijf’ [ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer (nummer).

 

We merken hier alvast op dat de bewoordingen ‘zaakdrijvende onder de naam’ erop duiden dat er sprake is van een eenmanszaak (en niet van een BV), en dat de verhuurder dus contracteert met een natuurlijk persoon (en niet met een rechtspersoon).

 

Er ontstond een huurachterstand, waarop verhuurder X heeft gedagvaard. Die verweerde zich door te stellen dat hij niet zélf de huurder was, maar zijn BV, die bij de KvK was ingeschreven. Het KvK-nummer van de BV kwam overeen met het KvK-nummer uit het huurcontract. Het bleek dus uiteindelijk niet om een eenmanszaak, maar om een BV te gaan.

 

De kantonrechter stelt de huurder in het ongelijk en is van oordeel dat X (in privé) de huurachterstand moet betalen. X gaat in hoger beroep en voert nogmaals aan dat het de BV was die huurder was, en dat hij dus niet in privé veroordeeld had mogen worden tot het betalen van de huurachterstand.

 

Het Gerechtshof betrekt in het oordeel een ouder arrest, het zogenaamde Kribbebijter-arrest (HR 11 maart 1977). Daarin ging het over de vraag wanneer iemand bij het sluiten van een overeenkomst is opgetreden in eigen naam, of als vertegenwoordiger van een rechtspersoon (zoals een BV). Het antwoord op die vraag hangt af van de verklaringen die de persoon tegenover zijn contractspartij heeft gedaan, én van hetgeen de contractspartijen over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden.

 

De vraag is hoe dit criterium uit de rechtspraak nu in deze recente huurkwestie door het Gerechtshof wordt toegepast. Voor het Hof is het belangrijk dat X in het huurcontract zelf over zijn hoedanigheid heeft verklaard. Volgens het Hof mocht de verhuurder uit dat contract afleiden dat X (in privé) huurder was, en niet één van de B.V.’s van X. Het Hof overweegt hierbij dat X als huurder in het contract staat vermeld, en niet de B.V. Het feit dat in het huurcontract wél het KvK-nummer van de BV staat te lezen, maakt daarbij volgens het Hof geen verschil. Kortom: de tekst van het huurcontract is erg belangrijk, aldus het Hof. 

 

De verhuurder mocht er vanuit gaan dat het contract met de heer X in privé was gesloten en dat het KvK-nummer betrekking had op die eenmanszaak (die dus later een BV bleek te zijn). Dit vanwege de bewoordingen ‘zaakdrijvende onder de naam’.  Ook de verdere bewoordingen van de huurovereenkomst duidden op een natuurlijk persoon als huurder, en niet op een BV: er staat onder meer te lezen dat huurder ‘woonachtig is’ op een bepaald adres. Er is volgens het Gerechtshof niet gebleken van andere verklaringen en/of gedragingen die doen vermoeden dat X het huurcontract heeft ondertekend namens de BV. De verhuurder hoefde hier dan ook niet op bedacht te zijn en had dus ook het KvK-nummer niet hoeven te controleren. Slotsom is dat X in privé de achterstallige huur dient te betalen aan verhuurder.

 

De volledige uitspraak treft u hier aan: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2018:7779

 

Vragen over huurrecht? SPEE advocaten & mediation helpt zowel verhuurders als huurders graag op weg.