Is een arbitragebeding in de samenlevingsovereenkomst of huwelijkse voorwaarden geldig als één van de partijen geen geld heeft voor arbitrage?

 

In zowel het echtscheidingsrecht, als in het erfrecht, wordt er vaak geprobeerd om geschillen op te lossen via mediation. Een gerechtelijke procedure kan vaak jaren duren, is erg kostbaar en daarbij vaak ook niet goed voor de verhoudingen tussen partijen.

 

Naast mediation wordt de oplossing ook wel gevonden in een bindend advies of arbitrage. In veel samenlevingsovereenkomsten en huwelijkse voorwaarden wordt dan ook een bindend adviesclausule of een arbitragebeding opgenomen. Bij deze vorm van geschiloplossing wordt vaak de mogelijkheid uitgesloten om in hoger beroep te gaan, waardoor er redelijk snel een oplossing komt. Op die manier hopen partijen snel hun geschil af te handelen. Maar wat nu als één van de twee partijen hier geen geld voor heeft?

 

In een zaak van de Rechtbank Midden-Nederland van 1 oktober 2018, ging het om twee partijen die 9 jaar hebben samengewoond en destijds een samenlevingsovereenkomst hebben gesloten. Daarin hebben zij een arbitragebeding opgenomen, dat luidt als volgt:  “geschillen zullen uitsluitend worden beslecht door arbitrage overeenkomstig het Arbitrage Reglement van het Nederlands Arbitrage Instituut (N.A.I.)”.

 

Uit de samenlevingsovereenkomst blijkt dat de vrouw € 60.000,-- aan de man heeft geleend voor de verbouwing van zijn woning. Toen de relatie ten einde kwam, weigerde de man dit bedrag terug te betalen. De vrouw startte daarom een procedure bij de rechtbank. Door de man werd daar tegenin gebracht dat de rechtbank niet bevoegd was om hier over te oordelen, omdat partijen een arbitragebeding overeengekomen waren.

 

De vrouw kwam voor de procedure bij de rechtbank in aanmerking voor een toevoeging met de laagste eigen bijdrage van € 79,--. Door haar werd gesteld dat het voor haar financieel niet haalbaar is om een procedure te starten bij het N.A.I. In het geval van de vrouw zouden de administratiekosten bij het N.A.I. tussen de € 750,-- en € 800,-- bedragen. Verder moet er een depotbedrag gestort worden van minimaal € 4500,--, als de wederpartij akkoord gaat met een “arbitrage voor kleine belangen”.  In het geval dat de wederpartij dat niet doet, dan moet de vrouw minimaal € 10.000,-- in het depot storten. Over dat bedrag beschikt de vrouw niet. De rechtbank overwoog daarom:

 

“Gelet op het voorgaande is de rechtbank met de vrouw van oordeel dat zij onder deze omstandigheden geen effectieve toegang heeft tot vaststelling van haar burgerlijke rechten door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht, zoals dat is gewaarborgd door artikel 6 EVRM. Aldus is het beroep van de man op het arbitragebeding in de samenlevingsovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.”

 

In dit geval is de rechtbank ondanks het arbitragebeding in de samenlevingsovereenkomst dus gewoon bevoegd. Wanneer één van de partijen de kosten van de arbitrage niet kan dragen, dan geldt het arbitragebeding niet en kunnen partijen dus ook een procedure voeren bij de rechtbank.

 

Heeft u hier vragen over? Of wilt u advies? Neem dan gerust contact op met een van onze  personen- en familierechtadvocaten. Wij staan u graag met raad en daad ter zijde!