Is er misbruik gemaakt van de ‘turboliquidatie’?

 

Stel een crediteur heeft een vordering op de BV. Door de bestuurders van die BV wordt vervolgens een nieuwe BV opgericht. Vervolgens vindt er een turboliquidatie van de oude BV plaats, omdat alle liquide middelen in de nieuwe BV zitten en er geen liquide middelen meer in de oude BV zitten. De crediteur blijft met lege handen achter. Kan dat zo maar? Of is er sprake van misbruik?

 

Wat speelde er in deze?

BV X exploiteert een uitvaartonderneming. Bij arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch is de BV veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 171.723,05 aan een van haar crediteuren. De BV betaalt het bedrag echter niet. Vervolgens wordt BV Y opgericht door de bestuurders van BV X. Een maand later wordt BV X ontbonden via een turboliquidatie, omdat er geen bekende baten meer in aanwezig zijn in de BV. De uitvaartonderneming die eerst was ondergebracht in BV X, wordt diezelfde dag nog ondergebracht in de nieuw BV, Y.

 

De crediteur blijft hierdoor met lege handen achter. Hij is daarop een procedure bij de rechter gestart. Volgens hem zijn de bestuurders aansprakelijk voor de door hem geleden schade. Volgens de crediteur is de inkomstenbron van BV X opgedroogd door de winstgevende onderneming BV X in BV Y te exploiteren. Daardoor kan zijn schuld niet meer voldaan worden. Volgens de crediteur is het voorgaande enkel gedaan om onder de betalingsverplichting aan hem uit te komen. Om die reden stelt  hij de bestuurders aansprakelijk.

 

Om als bestuurder persoonlijk aansprakelijk gesteld te kunnen worden, moet de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt gemaakt kunnen worden. Dat is het geval wanneer hij wist of redelijkerwijs had behoren te weten dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelswijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat de vennootschap haar verplichtingen ten opzichte van de crediteur niet zou kunnen nakomen en de vennootschap daarbij ook geen verhaal zou bieden voor schade.

 

Het oordeel van het hof

Volgens het hof blijkt het in deze niet dat er sprake is van bedrijfseconomische omstandigheden die ervoor gezorgd hebben dat BV X geliquideerd moest worden en dat de exploitatie van de uitvaartonderneming is voortgezet in BV Y. BV X is zonder dat daartoe de noodzaak bestond beëindigd. In BV X waren dan wel geen baten meer aanwezig, maar dat is het gevolg van het voldoen van bepaalde schuldeisers vlak voor ontbinding en door het doen van onverplichte onttrekkingen uit het vermogen door de aandeelhouders/bestuurders.  Door de liquidatie van de BV is de vennootschap haar verplichtingen jegens de crediteur niet nagekomen en bood zij tevens geen verhaal. Volgens het hof wisten de bestuurders dat dit het gevolg zou zijn en mag ook worden aangenomen dat zij dit gevolg beoogd hadden. Op grond van het voorgaande is er voldoende grond om de bestuurders persoonlijk aansprakelijk te houden.

 

Als bestuurder van een BV blijft men dus niet altijd buiten schot. In voorgaande bleek duidelijk dat de keuzes van de bestuurders met ‘voorbedachte rade’ genomen waren. Als bestuurder is het dus goed om er bewust van te zijn dat bepaalde handelingen in naam van de vennootschap ook privé gevolgen kunnen hebben.  

 

Heeft u vragen? Of wilt u advies? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met een van onze advocaten! Wij zijn u graag van dienst.