Mag u vertrouwen op een toezegging van de bouwinspecteur van de gemeente?

 

In het bestuursrecht geldt het zogenaamde vertrouwensbeginsel. Het vertrouwensbeginsel houdt in dat een burger erop moet kunnen vertrouwen, dat een bepaalde toezegging van een bestuursorgaan ook nagekomen wordt of een wettelijke bepaling wordt nageleefd. In de praktijk roept dit beginsel echter veel vragen op. Zo ook in de hierna besproken zaak.

 

Een bewoonster van Amsterdam moet van de gemeente een dakkapel verwijderen die 27 jaar geleden op haar huis geplaatst is. De bewoonster beroept zich erop dat de bouwinspecteur destijds, in 1991, heeft toegezegd dat er geen vergunning vereist was voor de uitbouw. In de gemeentelijke administratie ontbreekt echter het bewijs daarvan. Het is voor de gemeente ook niet meer na te gaan wie destijds de verantwoordelijke bouwinspecteur was. Het is dus niet mogelijke om diegene hier vragen over te stellen.

 

Voor de bouw van de dakkapel was wel degelijk een vergunning nodig en daarom eist de gemeente Amsterdam dat de uitbouw alsnog verwijderd wordt. Als de bewoonster dit niet doet, moet zij een dwangsom betalen. Wie heeft er gelijk en wat moet er met de dakkapel gebeuren?

 

De zaak ligt momenteel bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Die heeft de staatsraad advocaat-generaal verzocht om een bredere uitspraak te doen over het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht. Mag de burger er na een uitlating van een bestuursorgaan van uitgaan dat er geen dwangsom meer zal worden opgelegd? Of geen bestuursdwang meer zal worden toegepast? Daarbij wil de afdeling bestuursrechtspraak weten aan welke eisen zo’n uitlating moet voldoen. Is het bijvoorbeeld van belang hoe concreet de uitlating is geweest, en kan het tijdsverloop tussen de overtreding (het bouwen van de dakkapel) en de aankondiging van de sanctie (verwijderen en een dwangsom) een rol spelen?

 

De conclusie van de staatsraad advocaat-generaal is niet bindend voor deze zaak. Het doel van deze vraag is om meer duidelijkheid te krijgen over het vertrouwensbeginsel en zo bij te dragen aan rechtseenheid en rechtsontwikkeling.

 

De zaak staat gepland op 22 januari 2019. Het is dus nog even afwachten wat de definitieve uitspraak in deze zaak gaat worden en wat voor uitspraak de staatsraad advocaat-generaal gaat doen. Het is sowieso goed om altijd kritisch te blijven indien er toezeggingen gedaan worden door een bestuursorgaan. Vooral wanneer dit mondeling gebeurt, is het achteraf vaak lastig te bewijzen dat er een toezegging gedaan is.

 

Heeft u hier vragen over? Of wilt u advies? Neem dan gerust contact op met een van onze advocaten. Wij staan u graag met raad en daad ter zijde!