Overzicht belangrijkste wijzigingen Burgerlijk Procesrecht

 

Met ingang van 1 oktober 2019 is een aantal belangrijke vernieuwingen doorgevoerd in het civiele procesrecht, onder andere vanwege het feit dat een deel van de KEI wetgeving, die uiteindelijk niet is ingevoerd, is geïntegreerd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Wat is er veranderd sinds 1 oktober?

 

Allereerst wordt er met deze wet een einde gemaakt aan het digitaal procederen bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland. Sinds de inwerkingtreding op 1 oktober 2019, is op alle zaken die zijn aangebracht bij de rechtbank weer het uniforme “papieren” procesrecht van toepassing.

 

Ten tweede regelt de nieuwe wet dat procesvernieuwingen uit de “KEI” wet van 2016 worden overgenomen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierbij zijn een aantal artikelen van de KEI-wetgeving ingepast in het huidige Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het is nog onduidelijk wanneer en of de andere onderdelen van de KEI-wet uit 2016 worden ingevoerd.

 

De artikelen 30K - 30N van de KEI-wet, zijn vrijwel letterlijk overgenomen in de artikelen 87 – 90 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Deze artikelen zien op een versterking van de zogenaamde regiefunctie van de rechter en op een verruiming van de mogelijkheden tijdens een mondelinge behandeling (zitting). Het is de bedoeling dat door het versterken van de regiefunctie van de rechter, deze meer maatwerk kan leveren tijdens en voorafgaand aan de mondelinge behandeling.

 

De belangrijkste concrete vernieuwingen zijn:

  • in alle gevallen en in elke stand van de procedure kan er een mondelinge behandeling worden gelast door de rechter;
  • de rechter kan overleggen met partijen over het gevolg van de procedure;
  • de rechter kan tijdens de mondelinge behandeling aanwijzing geven of bevelen geven voor het verrichten van nadere proceshandelingen;
  • er wordt nu de mogelijkheid geboden om tijdens de mondelinge behandeling getuigen of partijdeskundigen formeel te horen;
  • de griffier bericht partijen voorafgaand aan de mondelinge behandeling, over het doel van daarvan;
  • de rechter en partijen krijgen de wettelijke bevoegdheid om vragen te stellen tijdens de mondelinge behandeling;
  • de rechter krijgt een sterkere regierol ten aanzien van het beproeven van minnelijke schikkingen gedurende de mondelinge behandeling;
  • een proces-verbaal (= verslag) van de mondelinge behandeling, kan voortaan ook bestaan uit een beeld- en/of geluidsopname van de zitting.

De praktijk zal uiteraard moeten uitwijzen, in hoeverre rechters hun ruimere rol gaan waarmaken en hoe goed zij procespartijen daarbij betrekken.

 

Heeft u vragen of wilt u advies? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met een van onze advocaten. We zijn u graag van dienst!