Platformarbeid: wat is dat en waar zitten de knelpunten?

 

Vanaf de bank even snel een pizza laten bezorgen door de bezorger van Deliveroo of vanaf een afspraak een taxi boeken via Uber. Tegenwoordig doen we het allemaal steeds vaker en de vraag naar ‘on demand’ internetdiensten neemt alleen maar toe. Dit soort ondernemingen, de zogeheten onlineplatforms, zijn dan ook niet meer uit het straatbeeld weg te denken. Ze bieden meer flexibiliteit, laagdrempelige toegang tot arbeid, betere verdeling van vraag en aanbod en lagere kosten voor de afnemer.

 

Ook in Nederland bestaan er inmiddels tal van onlineplatforms. Die platforms vormen samen de zogenaamde ‘platformeconomie’. Op de onlineplatforms kunnen dienstverleners hun diensten aanbieden en op die manier gevonden worden door opdrachtgevers. De platformwerker kan zich op eenvoudige wijze aanmelden bij het platform. Daardoor is de contractuele basis minimaal. De relatie tussen beide wordt verder vaak ingevuld door de algemene voorwaarden van de site. In de algemene voorwaarden wordt door vrijwel alle onlineplatforms uitgegaan van een zelfstandige samenwerking op basis van een overeenkomst van opdracht.

 

Naast de voordelen die onlineplatforms met zich meebrengen, hebben ze ook al gezorgd voor heel wat discussies en juridische vragen. Neem bijvoorbeeld de bezorger van Deliveroo die volledig uitgedost in het tenue van Deliveroo op pad gaat en gedurende zijn werkzaamheden een ongeluk krijgt. Als de bezorger vervolgens niet kan werken, krijgt hij niet doorbetaald zoals normaal zou zijn bij een werknemer die in dienst is op basis van een arbeidsovereenkomst. De platformwerker krijgt dus niet de bescherming die de ‘gewone’ werknemer wel zou krijgen.  

 

De relatie tussen het onlineplatform en de platformwerkers vertoont vaak kenmerken van zowel een arbeidsovereenkomst, als van een overeenkomst van opdracht. Als er op papier sprake is van een overeenkomst van opdracht, dan wil dat niet zeggen dat daar in de praktijk ook sprake van is. De juridische kwalificatie van de arbeidsrelatie wordt namelijk bepaald door de bedoeling van de partijen en door de feitelijke uitvoering van de overeenkomst. Hierbij wordt rekening gehouden met alle omstandigheden van het geval. Juist door deze manier van toetsen, wordt de positie van de platformwerker onduidelijk.

 

Ook in de Tweede Kamer heeft over dit vraagstuk al een discussie plaatsgevonden. Daar werd onder andere de vraag opgeworpen of de huidige wetgeving wel geschikt is voor platformarbeid. In Engeland is er bijvoorbeeld een soort tussencategorie gecreëerd, namelijk die van ‘worker’. De Uber-chauffeurs in Engeland worden dus niet gekwalificeerd als werknemer, maar hebben door de status ‘worker’ recht op minimumnormen op het gebied van veiligheid, werktijd en loon.

 

Verder is dit ook binnen de EU een onderwerp dat hoog op de agenda staat. Op 2 juni 2016 berichtte de Europese Commissie al dat lidstaten moeten nagaan of hun wetgeving betreffende arbeidsverhoudingen toereikend is "rekening houdend met de verschillende behoeften van werknemers en zelfstandigen in de digitale wereld, alsmede met de innovatieve aard van de bedrijfsmodellen van de deeleconomie." Daarbij heeft de Europese Commissie op 21 december 2017 een voorstel voor een nieuwe richtlijn voor ‘meer transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de hele EU’ goedgekeurd. Kern van dit voorstel is om (i) de bestaande verplichtingen om elke werknemer in kennis te stellen van haar of zijn arbeidsvoorwaarden aan te vullen en te moderniseren en om (ii) nieuwe minimumnormen te introduceren om te garanderen dat alle werknemers, ook die met atypische contracten, duidelijkere en beter voorspelbare arbeidsvoorwaarden krijgen. De nieuwe regelgeving zal ook gaan gelden voor de platformwerkers van Uber en Deliveroo.

 

Daarbij doet zich nog een ander probleem voor. Op grond van het mededingingsrecht mag een onderneming, kortgezegd, geen vaste prijsafspraken maken. Als voorbeeld een bezorger bij Deliveroo. Deliveroo werkt met een vaste prijsafspraak per bezorging. Als de bezorger als zelfstandige aangemerkt wordt, wat reeds is gebeurd door de Nederlandse rechter[1], dan wordt de bezorger gedwongen om zich aan de vaste prijsafspraken van Deliveroo te houden. De bezorger wordt in dat geval dus gedwongen om in strijd met het mededingingsrecht te handelen. Door veel bedrijven zullen de onlineplatforms dan ook gezien worden als oneerlijke concurrentie.

 

Bij het maken van vaste prijsafspraken zal ook de Belastingdienst om de hoek komen kijken. De prijsafspraken kunnen namelijk het vermoeden wekken dat er sprake is van schijnzelfstandigen. Daarvan is sprake wanneer er een overeenkomst van opdracht is aangegaan, maar er in feite sprake is van een arbeidsovereenkomst. De bezorger heeft op die manier geen sociale premies afgedragen, waardoor hij een boete verschuldigd is aan de Belastingdienst. Nog een risico dus voor de bezorger.

 

Bent u zelf platformwerker, ofwel oprichter van een onlineplatform? Bij SPEE advocaten & mediation staan we u graag te woord in geval van vragen of adviesbehoefte over uw rechten en plichten!

 


[1] Rechtbank Amsterdam, 23 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5183