Toekenning 250 euro aan immateriële schadevergoeding wegens schending van de AVG

 

De Algemene Verordening Gegevensbescherming: u kon er in 2019 niet omheen. Natuurlijk blijft het ook nu en in de toekomst belangrijk om zorgvuldig om te gaan met persoonsgegevens. Recentelijk speelde de AVG ook in een civiele zaak een rol, aangezien er wegens schending van de privacy een vergoeding is toegekend van 250 euro wegens geleden immateriële schade.

 

De zaak bij de rechtbank Noord-Nederland (de gehele uitspraak leest u hier: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNNE:2020:247) betreft publicaties in het Dagblad van het Noorden over misstanden in de huursector. In deze publicaties gaat het met name om de handel en wandel van een bepaalde verhuurder.

 

Die verhuurder stapt naar de rechter omdat hij het niet eens is met de krantenartikelen. Hij richt zijn peilen zowel op de krant als op de journalist die de artikelen heeft geschreven. Over de krantenartikelen oordeelt de rechter dat die grotendeels rechtmatig zijn; een gedeelte moet worden gerectificeerd.

 

De betreffende journalist stelt in de procedure een eis in reconventie (tegeneis) in, tegen de werkmaatschappij (BV) van de verhuurder. De bestuurder van de werkmaatschappij heeft namelijk het BRP-uittreksel (Basisregistratie Personen) van de journalist via Facebook aan een derde verstrekt, waardoor de adresgegevens van de journalist dus zijn verspreid.

 

Volgens de werkmaatschappij had de journalist echter niet deze BV, maar de bestuurder van de BV in rechte moeten aanspreken, aangezien die bestuurder feitelijk degene is geweest die het BRP-uittreksel heeft verspreid.

 

De rechtbank gaat hier niet in mee: het is ongeloofwaardig dat de bestuurder zelfstandig het uittreksel zou hebben opgevraagd, zeker nu de werkmaatschappij-BV in de procedure al heeft toegegeven dat de BV het uittreksel heeft opgevraagd. Om die reden gaat de rechtbank er van uit dat de BV het uittreksel aan de bestuurder heeft gegeven.

 

Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de BV de persoonsgegevens had behoren te beveiligen. Verlies van controle van gegevens kan voor de betrokken journalist namelijk zeer nadelige gevolgen hebben. De AVG is dus geschonden, aldus de rechtbank.

Volgens de BV zou de ontvanger van het BRP-uittreksel hebben verklaard niets met het uittreksel te gaan doen. Dat is volgens de rechtbank niet relevant: het persoonlijkheidsrecht van de journalist blijft aangetast. Daarbij is er geen garantie dat de derde zich aan zijn toezegging houdt.

 

De rechtbank komt tot de slotsom dat de journalist wegens schending van de AVG recht heeft op schadevergoeding. Opmerkelijk is overigens dat het volgens de rechtbank niet bezwaarlijk is dat de schade niet precies kan worden onderbouwd, dat is volgens de rechtbank eigen aan schadevergoedingen in het privacyrecht. De rechtbank rekent het de journalist wel aan dat hij niet aannemelijk heeft kunnen maken wélke negatieve gevolgen hij heeft ondervonden.

 

Hoewel er dus aan de kant van de journalist een gebrek aan onderbouwing is, acht de rechtbank het aannemelijk dat de journalist last heeft gehad van angst en stress en wordt er een schadevergoeding van 250 euro toegekend, en een verbod aan de BV om nog langer persoonsgegevens van de journalist aan derden te verstrekken (op straffe van een dwangsom van maximaal € 5.000,-).

 

Deze uitspraak laat zien dat bij overtreding van de AVG niet alleen de bestuursrechtelijke handhaving van de Autoriteit Persoonsgegevens op de loer ligt, maar dat er ook in het civiele recht mogelijkheden tot schadevergoedingsacties zijn.

 

Vragen over privacy, schadevergoeding, de Algemene Verordening Gegevensbescherming en/of de implementatie in uw onderneming? SPEE advocaten & mediation helpt u op weg.