Turboliquidatie? Oppassen voor aansprakelijkheid!

 

Aan alles kan een einde komen, ook aan het bestaan van een rechtspersoon zoals een BV. Dat kan onder meer gebeuren doordat de aandeelhoudersvergadering een besluit tot ontbinding neemt. In dat geval moeten de baten van de BV vereffend worden. Er treedt dan een wettelijke procedure in werking, waarbij de rechten van eventuele schuldeisers van de BV gewaarborgd worden. Echter, als de BV geen baten heeft, dan is er niets om te vereffenen. In dat geval schrijft de wet in artikel 2:19 lid 4 BW voor dat indien de rechtspersoon op het tijdstip van ontbinding geen baten meer heeft, deze alsdan ophoudt te bestaan. In de volksmond wordt dit een “turboliquidatie” genoemd. Correcter is het echter om te spreken van een “ontbinding zonder vereffening”. Want een echte “liquidatie” (met de wettelijke waarborgen) vindt nu juist níet plaats bij een turboliquidatie, en daar kan ook de schoen komen te wringen.

Uit de jurisprudentie komt namelijk naar voren dat een turboliquidatie onder omstandigheden onrechtmatig kan zijn. Voor de schade die dan uit de turboliquidatie voortvloeit, kunnen zowel de bestuurder als de aandeelhouder van de BV aansprakelijk zijn, zo heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 14 februari 2017 geoordeeld.

In deze zaak betrof het een bestuurder die samen met zijn echtgenote aandeelhouder was van BV X. BV X is op haar beurt bestuurder van de dochtervennootschappen BV Y en BV Z. BV Z heeft een fikse schuld aan Vebu BV en Vebu Holding BV, welke verband houdt met de verkoop van ondernemingsactiviteiten van Vebu BV en Vebu Holding BV aan BV Z. Deze schuld moet in termijnen, gespreid over een viertal jaren, worden terugbetaald.  BV Y heeft zich hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de betalingen door haar zustervennootschap BV Z. Er worden in 2011 een aantal termijnen van de schuld betaald, waarna een vordering van Vebu Holding resteert van € 95.750,-

Eind 2011 vindt op grond van artikel 2:19 lid 4 BW de turboliquidatie plaats van BV Y en schuldeiser Vebu Holding BV wordt hierover niet geïnformeerd. Hierdoor wordt Vebu Holding BV in feite een verhaalsmogelijkheid ontnomen, aangezien BV Y zoals gezegd hoofdelijk aansprakelijk was voor de schuld van BV Z. Ongeveer een jaar later wordt BV Z failliet verklaard en, u raadt het al, er zit te weinig in de boedel om de vordering van Vebu Holding BV op BV Z van € 95.750,- te voldoen.

Vebu Holding BV laat het er niet bij zitten en stelt de bestuurders tevens aandeelhouders van BV Y (die middels turboliquidatie opgehouden is te bestaan) aansprakelijk. Argument is dat BV X (als zijnde bestuurder en aandeelhouder van BV Y) en de bestuurder van BV X in privé gezorgd zouden hebben voor de turboliquidatie van BV Y en daarmee onrechtmatig zouden hebben gehandeld jegens Vebu Holding.

De rechtbank geeft Vebu Holding BV daarin gelijk: BV X heeft misbruik van recht gemaakt door de turboliquidatie van BV Y. Daarvan kan de bestuurder in privé een “persoonlijk ernstig verwijt” worden gemaakt. Het was namelijk, aldus de rechtbank, gezien de hoofdelijke aansprakelijkstelling, de bedoeling dat BV Y zekerheid bood, en partijen hebben rekening gehouden met de mogelijke insolventie van BV Z. Door te besluiten om BV Y te ontbinden, hebben de bestuurder in privé en BV X onrechtmatig gehandeld en dienen zij de schade van Vebu Holding BV te vergoeden.

In hoger beroep is het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het eens met de rechtbank: de hoofdelijke aansprakelijkstelling van BV Y was bedoeld om zekerheid te bieden aan Vebu Holding BV, mocht BV Z niet aan haar betalingsverplichtingen jegens Vebu Holding BV voldoen. De bestuurder in privé en BV X moeten dan ook redelijkerwijs hebben begrepen dat de door hen bewerkstelligde turboliquidatie tot gevolg zou hebben dat BV Y haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen.

Kortom, BV X en de bestuurder in privé als aandeelhouder en als bestuurder, respectievelijk als indirect en feitelijk bestuurder van BV Y, kan ieder een “persoonlijk ernstig verwijt” worden gemaakt ten aanzien van de schade van Vebu Holding die is ontstaan door de turboliquidatie van BV Y. Laat u daarom goed voorlichten over mogelijke risico’s mocht u turboliquidatie overwegen.

De volledige uitspraak kunt u hier nalezen.

Heeft u vragen over turboliquidatie? Ziet u zich onverhoopt geconfronteerd met een turboliquidatie van uw debiteur? Onze advocaten ondernemingsrecht staan voor u klaar.