Uitleg van BV-statuten: de tekst wijkt af van de bedoeling van partijen, wat nu?

 

X en Y, allebei een BV,  zijn beide voor 50% bestuurder en aandeelhouder van een dochter-BV. De aandelen in Y zijn recentelijk overgegaan. Daardoor is een geschil ontstaan tussen X en Y.  X is van mening dat Y de aandelen in de dochtervennootschap eerst aan X had moeten aanbieden.

 

Partijen zijn gezamenlijk een aandeelhoudersovereenkomst en statuten overeengekomen. In artikel 12 van de aandeelhoudersovereenkomst is een zogenaamde ‘entire agreement’ clausule opgenomen. Zo een clausule houdt kortgezegd in dat dat de overeenkomst álle tussen partijen overeengekomen afspraken bevat en dat alle afspraken daar buiten dus vervallen.

 

De vraag wat er moet gebeuren als de aandelen in Y worden overgedragen aan een derde is niet geregeld in de aandeelhoudersovereenkomst. De statuten bevatten hier wel een regeling voor. Volgens artikel 11 van de statuten dienen de aandelen aangeboden te worden “Ingeval de zeggenschap in de zin van het SER-Besluit Fusiegedragsregels 2000 over een rechtspersoon, die direct of indirect zeggenschap in de zin van het SER-besluit Fusiegedragsregels 2000 heeft over de vennootschap, door één of meer anderen wordt verkregen, (..)”.

 

Volgens X dienen de statuten uitgelegd te worden aan de hand van de Haviltexnorm, volgens Y dienen de statuten uitgelegd te worden volgens de CAO-norm. In beginsel vindt de uitleg van een contractuele bepaling plaats aan de hand van de Haviltexnorm. Bij die norm komt het aan op de betekenis die partijen aan een tussen hen overeengekomen bepaling mochten toekennen en hetgeen zij ten aanzien daarvan van elkaar mochten verwachten. De betekenis mag uit alle omstandigheden worden afgeleid. Het gevolg daarvan kan zijn dat tot de conclusie gekomen wordt dat partijen iets anders bedoeld hebben dan uit de tekst lijkt te volgen. De CAO-norm vormt een uitzondering hierop. De CAO-norm is van toepassing wanneer moet worden vastgesteld welke betekenis een derde, die niet bij de totstandkoming van de overeenkomst betrokken was, aan een bepaling in het stuk mag toekennen. Wanneer deze norm van toepassing is dan moet de bedoeling van de contracterende partijen naar objectieve maatstaven worden uitgelegd, dus bijvoorbeeld op basis van de tekst of een toelichting daarop. De rechtbank legt de bepaling in deze uit aan de hand van de Haviltexnorm. Het gaat om een geschil tussen contracterende partijen en niet een geschil met een derde die niet betrokken was bij het contracteren.

 

Indien alleen naar de tekst van de statuten gekeken zou worden dan zou Y niet verplicht zijn om haar aandelen in de dochtervennootschap eerst aan X aan te bieden. Volgens artikel 11 is dat namelijk alleen het geval bij de verwerving – direct of indirect- van de zeggenschap in de BV. Zeggenschap wordt verkregen door het hebben van een meerderheid van de aandelen. Verkrijging van 50% of minder van de aandelen kan alleen leiden tot zeggenschap als dat voor de houder daarvan voortvloeit uit aanvullende statutaire en/of contractuele rechten. In dit geval krijgt de verkrijger van de aandelen in Y zeggenschap in Y, maar niet in de dochtervennootschap omdat hij ‘slechts’ 50% van de aandelen in de dochter-BV heeft en dit ook niet blijkt uit aanvullende statutaire en/of contractuele rechten.

 

De rechtbank is namelijk van mening dat enkel de tekst van de statuten de bedoeling van partijen in deze niet weergeeft. Bij de uitleg van de tekst zijn er andere omstandigheden waaraan doorslaggevende betekenis moet worden gegeven. Zo ging de kandidaat-notaris, de opsteller van de statuten, ervan uit dat indien de aandelen in Y werden overgedragen, de aandelen in Y eerst aan X zouden worden aangeboden. X is daar ook van uit gegaan en dat wordt door de rechtbank ook begrijpelijk geacht omdat het ging om een uitspraak van een jurist van een gerenommeerd kantoor. De veronderstelling was ook in overeenstemming met de door de bestuurder-aandeelhouder van X uitgesproken wens.  

 

De conclusie van de rechtbank is dan ook dat X en Y met artikel 11 van de statuten hebben bedoeld dat als de aandelen in Y aan een derde zouden worden overgedragen, Y haar aandelen in de dochter eerst aan X had moeten aanbieden.

 

Heeft u vragen over uw statuten, een aandeelhoudersovereenkomst of andere ondernemingsrechtelijke kwesties? Neem dan gerust contact op met een van onze advocaten. Wij staan u graag met raad en daad ter zijde!