Verandering van de Overbruggingsregeling transitievergoeding per 1 januari 2019

 

Met de invoering van de Wet Werk en Zekerheid in 2015 deed ook de transitievergoeding destijds zijn intrede. In beginsel hebben werknemers die tenminste twee jaar in dienst zijn bij hun ontslag recht op transitievergoeding, tenzij zij, ernstig verwijtbaar gehandeld hebben. De hoogte van de transitievergoeding kan behoorlijk oplopen.

 

Veel werkgevers waren daar niet op voorbereid. Daarom heeft de wetgever de zogeheten Overbruggingsregeling geïntroduceerd. Met deze Overbruggingsregeling kunnen werkgevers van kleine en in financieel zwaar weer verkerende ondernemingen tot 2020 gebruiken maken van een alternatieve berekening van de transitievergoeding. Voor de werkgever is dat gunstiger. Indien de werkgever aan de voorwaarden voldoet, hoeft deze wellicht niet de hele transitievergoeding te betalen. Als de Overbruggingsregeling namelijk van toepassing is, dan wordt de periode voorafgaand aan 1 mei 2013 niet meegenomen voor het vaststellen van het aantal dienstjaren.

 

Om in aanmerking te komen voor de overbruggingsregeling moet de werkgever voldoen aan een aantal voorwaarden. Deze zijn per 1 januari 2019 gewijzigd:

 

1. De ontslagaanvraag wordt ingediend vanwege een slechte financiële situatie, eventueel gecombineerd met andere bedrijfseconomische redenen;

 

2. Het gaat om een kleine werkgever: de werkgever heeft (eventueel samen met andere ondernemingen in een groep) gemiddeld minder dan 25 werknemers in dienst. Het gaat hierbij om de periode van 1 juli tot en met 31 december, in het jaar voordat de ontslagaanvraag is ingediend;

 

3. Het gemiddelde netto resultaat, over de 3 boekjaren voor het jaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend, is lager dan 0;

 

4. De waarde van het eigen vermogen is niet hoger dan 15% van de totale vermogen aan het einde van het boekjaar. Het gaat dan om het boekjaar voor het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend;

 

5. De waarde van de vlottende activa was lager dan de schulden, aan het einde van het boekjaar voor het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend. Het gaat daarbij om schulden met een resterende looptijd van maximaal 1 jaar.

 

Let op!: als de ontslagaanvraag is ingediend vóór 1 januari 2019, dan gelden nog de ‘oude’ voorwaarden bij punt 3 en 4:

 

3. Het netto resultaat, over de 3 boekjaren voor het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend, is lager dan 0;

 

4. De waarde van het eigen vermogen was negatief aan het einde van het boekjaar. Het gaat dan om het boekjaar voor het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend.

 

Bij het UWV kan een verklaring aangevraagd worden, waarin staat dat de werkgever voldoet aan de voorwaarden van de Overbruggingsregeling. Die verklaring dient samen met het ontslag aangevraagd te worden via het betreffende formulier van het UWV.  

 

Heeft u vragen of heeft u advies nodig? Neem dan gerust contact op met een van onze arbeidsrechtadvocaten. Wij staan u graag met raad en daad ter zijde!