Wat is het toepassingsbereik van aan een bestuurder verleende decharge?

 

Decharge: hieronder verstaan we de kwijting die door de algemene vergadering van een rechtspersoon (bijvoorbeeld een BV of NV) aan een bestuurder wordt verleend voor het gevoerde beleid. De rechtspersoon kan een bestuurder dan naderhand niet meer aanspreken, mocht alsnog blijken dat er onjuist beleid is gevoerd en schade is ontstaan. Juridisch gezien is decharge dus een belangrijk besluit, dat in elk geval jaarlijks terugkeert bij het vaststellen van de jaarcijfers. Ook is decharge onderwerp van gesprek wanneer een bestuurder zijn taken neerlegt. Maar hoe ver reikt de verleende decharge nu eigenlijk? En op welke juridische aansprakelijkheidsgrondslagen heeft decharge betrekking?

 

Feiten

In de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 22 oktober 2019 is hierover duidelijkheid gegeven. De zaak betrof de (enig) statutair bestuurder van een woningcorporatie. Er was onenigheid over een bouwproject dat door de corporatie gerealiseerd zou worden en de arbeidsovereenkomst van de bestuurder werd uiteindelijk door de kantonrechter ontbonden. De verdere details van deze kwestie kunt u hier lezen.

 

Tijdens de algemene vergadering zijn de jaarrekening en het jaarverslag over het voorgaande jaar (2010) goedgekeurd en is er aan de bestuurder en aan de Raad van Toezicht decharge verleend medio 2011. Dit is als volgt in de notulen vastgelegd: “Besluit: de leden verlenen decharge aan de statutair directeur en de Raad van Toezicht over de stukken die aan de algemene ledenvergadering zijn overgelegd.”

 

Aangezien er rondom het bouwproject diverse zaken verkeerd zijn gegaan, heeft de woningcorporatie naderhand de bestuurder aansprakelijk gesteld voor de geleden en nog te lijden schade. Grondslag was artikel 2:9 BW (de zogenaamde interne aansprakelijkheid van de bestuurder richting de rechtspersoon) en artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad).

 

Procedures

In eerste instantie heeft de rechtbank de aansprakelijkheid van de bestuurder afgewezen: er was immers al decharge verleend, en de algemene vergadering was volledig bekend met de handelwijze van de bestuurder ten aanzien van het genoemde bouwproject. Als aan de bestuurder kwijting is verleend, kan hij dus niet meer worden aangesproken.

De woningcorporatie stelt hoger beroep in. Die brengt naar voren dat de decharge niet op de betreffende bestuurder zag, maar op de (interim)opvolger, die ten tijde van het dechargebesluit bestuurder was. Die vlieger gaat echter niet op. Ook voert de woningcorporatie aan dat de decharge geen betrekking heeft op het betreffende bouwproject, aangezien dat project weliswaar genoemd wordt in de stukken, maar de handelingen die de bestuurder nu verweten worden, zelf niet uit het jaarverslag over het betreffende jaar blijken.

 

Ook hier gaat het Hof niet in mee: voor de bepaling van de reikwijdte van de decharge moet niet alleen worden gekeken naar het jaarverslag, maar ook naar andere bij de algemene vergadering bekende stukken. De leden van de algemene vergadering waren op de hoogte gehouden van de situatie omtrent de bestuurder en het project, door extra vergaderingen waar de situatie ter sprake kwam. Dit volgt uit het jaarverslag en de notulen van eerdere vergaderingen. Hierdoor komt het Hof tot het oordeel dat, alleen al gelet op het jaarverslag, de decharge mede betrekking had op het betreffende bouwproject.

 

Vervolgens voert de woningcorporatie nog aan dat decharge alleen betrekking heeft op de interne aansprakelijkheid van artikel 2:9 BW en níet op de onrechtmatige daad van artikel 6:162 BW. Ook dit betoog slaagt niet, aldus het Hof: de decharge is dusdanig geformuleerd dat deze niet alleen ziet op aanspraken op basis van artikel 2:9 BW maar ook op andere juridische grondslagen.

 

Het Hof bekrachtigt kortom het oordeel van de rechtbank in eerste instantie en de woningcorporatie kan de bestuurder niet in rechte aanspreken voor de geleden schade.

 

Conclusie

De lessen die we hieruit kunnen trekken, is dat het belangrijk is om aandacht te besteden aan de bewoordingen van het dechargebesluit, zoals dat in de notulen wordt opgenomen, en om na te gaan welke informatie bekend is bij de algemene vergadering ten tijde van het nemen van het dechargebesluit. Als de decharge eenmaal aan de bestuurder verleend is, is het nog niet zo makkelijk om de bestuurder daarna alsnog aan te spreken.

 

Vragen over bestuurdersaansprakelijkheid en/of decharge? De ondernemingsrechtspecialisten van SPEE advocaten & mediation weten van de hoed en de rand.