Arbeidsrecht: de rol van de vertrouwenspersoon

 

Iedere werkgever is op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om een beleid te voeren dat is gericht op het voorkomen/beperken van psychosociale arbeidsbelasting (ook wel “PSA” genoemd). PSA wordt veroorzaakt door factoren in de arbeidssituatie die stress veroorzaken. Denk bijvoorbeeld aan discriminatie, (seksuele) intimidatie, agressie en geweld, pesten en werkdruk etc.

 

Vaak wordt als onderdeel van PSA-beleid een vertrouwenspersoon aangesteld. Dit is niet wettelijk verplicht. Maar gelet op de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening geldt zo’n verplichting feitelijk wel.

 

De Inspectie SZW is belast met het handhaven van de naleving van de verplichting om een PSA-beleid te voeren, en daarmee ook het aanstellen van een vertrouwenspersoon. De Inspectie SZW let bij vertrouwenspersonen op de volgende kwaliteitseisen: vakbekwaamheid, onafhankelijkheid en benaderbaarheid.

 

Organisaties kunnen ervoor kiezen om een interne vertrouwenspersoon aan te stellen, of om een externe vertrouwenspersoon in te huren. Zeker bij kleine organisaties kan het kiezen van een externe vertrouwenspersoon bijdragen aan de objectiviteit.

 

Zoals hiervoor eigenlijk al bleek, is de rol van de vertrouwenspersoon beperkt tot het terrein van discriminatie, (seksuele) intimidatie, agressie/geweld en pesten.

 

De website van het Ministerie van SZW omschrijft de taken van de vertrouwenspersoon als volgt:

  1. het verzorgen van eerste opvang van werknemers die zijn lastiggevallen en die hulp en advies nodig hebben;
  2. het nagaan of een oplossing in de informele sfeer mogelijk is;
  3. het informeren over andere oplossingsmogelijkheden, zoals klachtenprocedures;
  4. het desgewenst begeleiden, als de werknemer de zaak aan de orde wil stellen bij een klachtencommissie of leiding van een onderneming;
  5. het doorverwijzen naar andere hulpverlenende instanties, bijvoorbeeld een mediator;
  6. het geven van voorlichting over de aanpak van ongewenst gedrag;
  7. het adviseren en ondersteunen van leidinggevenden en management bij het voorkomen van ongewenst gedrag; en
  8. het registreren van gevallen van ongewenst gedrag.

 

Let wel, de vertrouwenspersoon is vanuit zijn taak reactief. Het is dus de werknemer die bepaalt wat er met zijn klacht gebeurt. De werknemer heeft hier de regie over.

 

Onderwerpen als arbeidsconflicten, functioneringsproblematiek, privéproblemen en integriteitskwesties vallen dus in principe buiten het werkterrein van de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon kan dan enkel luisteren, informatie geven over bijvoorbeeld interne regels en procedures, en verwijzen naar P&O, leidinggevende, management, bedrijfsmaatschappelijk werk of een ombudsfunctionaris. Maar als de problemen in de praktijk tot PSA leiden, dan komt de vertrouwenspersoon wél weer in beeld.

 

De Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen heeft een gedragscode opgesteld waarin enkele uitgangspunten zijn verankerd. Daarin is onder meer vastgelegd dat de vertrouwenspersoon niet optreedt als bemiddelaar, dat de vertrouwenspersoon geen onderzoeker is en ook niet aan waarheidsvinding doet.

 

Het beleid ongewenste omgangsvormen waarin de rol en werkwijze van de vertrouwenspersoon zijn beschreven, is overigens instemmingsplichtig op grond van artikel 27 WOR. De keuze voor de vertrouwenspersoon zelf is dat niet.

 

Heeft u hierover vragen? Of heeft u advies nodig? Neem dan vrijblijvend contact op met een van onze arbeidsrechtadvocaten!