Hoe zit het met de re-integratieverplichtingen van werkgever tijdens corona (deel II)?

 

Ten gevolge van de coronacrisis kan het voor werkgevers lastig zijn om aan hun re-integratieverplichtingen te voldoen. Hoe (streng) beoordeelt het UWV deze verplichtingen in tijden van corona? In april van dit jaar hebben we u hier al globaal over geïnformeerd. Inmiddels kunnen we u hierover meer gedetailleerd berichten.

 

Na twee jaar (104 weken) ziekte kan een arbeidsongeschikte werknemer een WIA-aanvraag doen. Bij deze aanvraag beoordeelt het UWV of de werkgever gedurende de twee jaar van arbeidsongeschiktheid van de werknemer, in redelijkheid voldoende re-integratieverplichtingen heeft verricht. Dit wordt ook wel de Poortwachterstoets genoemd. Indien de werkgever onverhoopt niet voldoende aan zijn re-integratieverplichtingen heeft voldaan, dan kan het UWV een zogenaamde loonsanctie opleggen, voor de duur van één jaar.

 

Als een werknemer een WIA-aanvraag doet moet een re-integratieverslag (RIV) worden meegezonden. In het RIV staan de re-integratieactiviteiten die de werkgever en de werknemer in de eerste twee jaar van de ziekte van de werknemer ondernomen hebben. Op basis van het RIV beoordeelt het UWV of de werkgever voldoende aan zijn re-integratieverplichtingen heeft voldaan. Er bestaat een zogenaamde Werkwijzer Nieuwe Poortwachter, die toetsingscriteria van het UWV beschrijft.

 

Het coronavirus en de daarmee gepaard gaande maatregelen, kunnen het re-integratietraject vertragen. Het is zelfs mogelijk, dat er een complete stagnatie van de re-integratie plaatsvindt. Zo kan bijvoorbeeld het werk vanwege het coronavirus tijdelijk stil komen te liggen (denk aan de horeca, of sportscholen), er kan sprake zijn van drastische afname van het werk, of een verandering van de werkzaamheden/activiteiten. Hierdoor kan in sommige gevallen een re-integrerende werknemer geen (passende) werkzaamheden verrichten.

 

Het UWV heeft op 30 april 2020 de eerste versie van het “addendum Werkwijzer Poortwachter in verband met COVID-19” gepubliceerd. Inmiddels is dit addendum al voor de derde keer herzien. Hierin staat uitgelegd hoe bij de beoordeling van de re-integratieverplichtingen met de coronasituatie rekening wordt gehouden.

 

Hoe gaat het UWV om met een te laat ingediend RIV?

 

Het RIV dient samen met de relevante stukken te worden ingediend. Indien de WIA-aanvraag niet compleet is krijgt werkgever een termijn van vijf dagen om het RIV te completeren. Echter wanneer wegens een dringende reden niet kan worden voldaan deze termijn, kan de termijn worden verlengd. De coronacrisis kan als dringende reden worden aangemerkt, zodat om die reden de termijn kan worden verlengd. Het UWV beoordeelt dit van geval tot geval.

 

Is het UWV soepeler in de beoordeling van het RIV in tijden van corona?

 

In principe blijft de toets van het UWV ten aanzien van het RIV hetzelfde. Echter, indien het UWV op basis van het RIV oordeelt dat werkgever onvoldoende aan zijn re-integratieverplichtingen heeft gedaan, dan kan werkgever een deugdelijke grond aanvoeren waardoor het UWV alsnog géén loonsanctie oplegt. In verband met de coronacrisis zijn er nieuwe situaties benoemt die mogelijk een deugdelijke grond kunnen opleveren.

 

  1. Een verplichte bedrijfssluiting in verband met de coronacrisis kan een deugdelijke grond zijn indien de werknemer daardoor geen passende arbeid kan verrichten. Het UWV verwacht dan wel, dat structurele herplaatsing wordt gerealiseerd na heropening.
  2. Ook mag uitvoering aan verplichtingen van het tweede spoortraject, bijvoorbeeld de verplichting tot scholing of proefplaatsing, tijdelijk worden opgeschort indien niet aan deze verplichtingen kan worden voldaan in verband met de coronacrisis.
  3. Bovendien kan het weggevallen werkaanbod worden aangemerkt als een deugdelijke grond, indien de arbeidsongeschikte werknemer daardoor fysiek geen passend werk meer kan uitvoeren óf de werkgever onvoldoende ondersteuning kan aanbieden op de werkplek.

 

Werkgever dient zijn stellingen of er sprake is van een deugdelijke grond, steeds voldoende te motiveren.

 

Houdt het UWV rekening met de omstandigheid dat de werkgever het loon van zijn arbeidsongeschikte werknemer niet meer kan doorbetalen als gevolg van de coronacrisis?

 

Nee, helaas niet. Indien werkgevers niet aan hun loondoorbetalingsverplichting kunnen voldoen vanwege betalingsonmacht, betekent dit dat de re-integratie-inspanningen van de werkgever als onvoldoende worden aangemerkt.

 

Evenmin vormt dit aanleiding voor het oordeel dat er om deze reden sprake is van een deugdelijke grond om de re-integratieverplichtingen niet na te komen.

 

Het UWV verwijst hierbij naar de Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW-regeling).

 

Wordt er nog steeds een sanctie opgelegd door het UWV indien de werkgever niet aan zijn re-integratieverplichtingen voldoen?

 

Het antwoord op deze vraag is ja. Het UWV kan nog steeds een loonsanctie opleggen indien de werkgever niet voldoende aan zijn re-integratieverplichtingen voldoet. De loonsanctie wordt opgelegd om te tekortkomingen in de re-integratie te herstellen. Werkgever moet hiertoe echter wel in staat zijn. Als de werkgever van mening is dat de tekortkoming vanwege de coronacrisis niet kan worden hersteld, kan hij een zogenaamd bekortingsverzoek indienen. In dit verzoek moet worden gemotiveerd waarom en gedurende welke periode de herstelinspanningen stagneren, vanwege de coronacrisis. Op grond van dit verzoek zal het UWV beoordelen of de loonsanctie redelijkerwijs alsnog kan worden beëindigd.

 

Heeft u vragen over re-integratieverplichtingen, over de NOW-regeling of zijn er andere arbeidsrechtelijke kwesties waarover u graag advies zou willen, neem dan gerust contact op met een van de arbeidsadvocaten van ons kantoor (website: www.spee-advocaten.nl, telefoonnummer: 043-365 20 88).