Is er sprake van een arbeidsovereenkomst tussen een onlineplatform en een schoonmaker?

 

Helpling is een onlineplatform waar schoonmakers hun diensten kunnen aanbieden en gevonden kunnen worden door huishoudens die een schoonmaker zoeken. Volgens één van de schoonmaaksters die via het platform werk verricht heeft en volgens de FNV is er sprake van een arbeidsovereenkomst tussen het platform en de schoonmaakster. Daarbij moest Helpling volgens hen de cao voor het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf toepassen, of de schoonmaakster hetzelfde loon betalen als werknemers met een vergelijkbare functie. Volgens Helpling is dat niet het geval en is de site slechts een ‘online prikbord’, waar schoonmakers en huishoudens elkaar kunnen vinden. Volgens Helpling speelt zij verder geen arbeidsrechtelijke rol hierin. Wie heeft er gelijk? Is er sprake van een arbeidsovereenkomst? Of is er misschien sprake van arbeidsbemiddeling? Hier heeft de rechter zich onlangs over gebogen.

 

Helpling

Zoals gezegd is Helpling een onlineplatform waar schoonmakers en huishoudens elkaar kunnen vinden. De werking van het platform is als volgt. De klant en de schoonmaker kunnen beiden een profiel aanmaken. De schoonmaker kan een profiel aanmaken met onder andere een foto, een (aanprijzende) tekst, kan specialiteiten vermelden en de eigen agenda beheren en invullen. De schoonmaker bepaalt zelf het uurtarief waarvoor huishoudelijke werkzaamheden worden verricht. Helpling heeft daarbij een minimum en een maximum ingesteld, waarbij geldt dat het minimum het wettelijk minimumloon is en het maximum uurloon, € 45,- bruto, op verzoek van een schoonmaker handmatig kan worden verhoogd. Na aanmelding volgt een welkomstgesprek met de schoonmaker. Helpling hanteert een gebruikershandleiding waarin de regels voor het gebruik van het platform staan. Daarin staat ook dat als een schoonmaker drie aantekeningen krijgt (zoals het niet informeren van de klant bij een late afzegging, het niet nakomen van afspraken of een negatieve beoordeling), dat deze van het platform verwijderd zal worden. Om te voorkomen dat mensen zich aanmelden als schoonmaker en afspraken maken die zij niet na zullen komen, moet een schoonmaker een aantal vragen beantwoorden bij het aanmaken van een profiel, en moet eerst een afspraak worden gepland en uitgevoerd voordat meer opdrachten geaccepteerd kunnen worden.

 

De overeenkomst tussen Helpling en de schoonmaker wordt door Helpling een Gebruikersovereenkomst genoemd. Deze overeenkomst zelf is niet schriftelijk vastgelegd. De afspraken c.q. bepalingen die relevant zijn voor uitvoering van de overeenkomst zijn neergelegd in de tussen Helpling en de schoonmaker en tussen Helpling en de klant van toepassing zijnde algemene voorwaarden.

 

Het oordeel van de rechter

De rechter moet gaan beoordelen of er, zoals de FNV en de schoonmaakster stellen, sprake is van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter komt tot de conclusie dat Helpling wel degelijk meer is dan alleen een ‘online prikbord’. Daarvoor speelt het bedrijf een te actieve rol in het proces. Zo hanteert Helpling regels met betrekking tot het accepteren, wijzigen of weigeren van een klus en de consequenties die kleven aan een (te late) wijziging of annulering. Ook bemoeit het bedrijf zich actief met de beoordeling van schoonmakers en de afhandeling van klachten, en kan het accounts van schoonmakers pauzeren of blokkeren.

 

Het voorgaande is volgens de rechter onvoldoende om te kunnen spreken van een gezagsverhouding tussen Helpling en de schoonmaakster. De schoonmaakster heeft namelijk te veel vrijheid om haar werk naar eigen inzicht in te richten. Het gevolg daarvan is dat de relatie tussen de twee partijen niet bestempeld kan worden als arbeids- of uitzendovereenkomst. Helpling is daardoor ook niet verplicht om de cao voor het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf toe te passen, of om de schoonmaakster hetzelfde loon te betalen als werknemers met een vergelijkbare functie.

 

Geen arbeidsovereenkomst, wel arbeidsbemiddeling?

De kantonrechter oordeelt echter, dat er wél sprake is van arbeidsbemiddeling in de zin van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Helpling laat de schoonmakers die gebruik maken van de site een vergoeding betalen. De Waadi verbiedt dat, waardoor Helpling dus handelt in strijd met de wet. Helpling moet van de rechter per 1 augustus 2019 stoppen met het in rekening brengen van commissie aan de schoonmakers. Verder wordt het FNV ook in het gelijk gesteld op het punt dat er – door de actieve rol van Helpling – tussen partijen sprake is van een overeenkomst van opdracht. De schoonmakers krijgen hierdoor geen extra aanspraken of rechten.

 

Ten slotte oordeelt de rechter dat er tussen de schoonmakers en de huishoudens sprake is van een arbeidsovereenkomst die valt onder de Regeling Dienstverlening aan huis. Dat houdt in dat de werknemer een arbeidsovereenkomst heeft met beperkte rechten. Zo geldt er wel een recht op het minimumloon, maar bijvoorbeeld niet op de gebruikelijke voorzieningen bij ziekte, pensioen, vakantietoeslag en doorbetaling van loon tijdens vakantie.

 

In deze is er dus geen sprake van een arbeidsovereenkomst tussen Helpling en de schoonmaakster. Er is wél sprake van arbeidsbemiddeling. Helpling mag géén vergoeding van de schoonmakers vragen voor het gebruik van de site. Tussen de schoonmakers en de huishoudens is er sprake van een arbeidsovereenkomst die valt onder de Regeling Dienstverlening aan huis.

 

Om niet voor allerlei verrassingen te komen staan, is het dus goed om vooraf goed duidelijk te hebben wat er verstaan wordt onder bijvoorbeeld een arbeids- of uitzendovereenkomst, maar dus ook wat er verstaan wordt onder arbeidsbemiddeling.

 

Heeft u hier vragen over? Of wilt u advies? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met een van onze advocaten. Wij zijn u graag van dienst.