Verdubbeling salaris bij concurrent? Concurrentiebeding blijft gewoon in stand

 

Het concurrentiebeding komt regelmatig terug in de jurisprudentie en dus ook in onze nieuwsbrieven. Deze week besteden we aandacht aan een zaak die in hoger beroep is behandeld en waarbij het concurrentiebeding in stand bleef, ook al ging de werknemer bij zijn nieuwe werkgever het dubbele salaris verdienen.

 

De zaak betrof een werknemer van 28, die op 31 juli 2017 in dienst is getreden bij onderneming X, als international sales manager. Deze onderneming houdt zich bezig met de productie van en handel in jongveevoeders op zuivelbasis, grondstoffen en halffabricaten. Per 1 augustus 2020 heeft werknemer zijn baan opgezegd, om bij een concurrent in Denemarken te gaan werken. Werknemer start zelf een procedure, om zo schorsing van zijn concurrentiebeding bij zijn oude werkgever te vorderen.

 

Die vlieger gaat echter niet op, aldus het gerechtshof. Hoewel vooropstaat dat een werknemer het grondwettelijke recht heeft op vrije arbeidskeuze (artikel 7:653 lid 3 BW), wil dat nog niet zeggen dat het concurrentiebeding meteen van tafel is. Indien een werknemer een schriftelijk concurrentiebeding met zijn werkgever afspreekt - waarbij de werknemer na uitdiensttreding wordt beperkt in zijn vrije arbeidskeuze - en de werknemer vraagt vervolgens om vernietiging of beperking van zo’n beding, dan moet er een belangenafweging worden gemaakt tussen enerzijds het recht op vrije arbeidskeuze en anderzijds het (zwaarwegende) belang van werkgever bij de (integrale) handhaving van het concurrentiebeding.

 

Het uitgangspunt hierbij is dat het belang van werkgever hierin gelegen dient te zijn, dat de ex-werknemer door zijn arbeidskeuze na einde dienstverband geen situatie bewerkstelligt waarbij sprake is van oneerlijke concurrentie.

 

Van oneerlijke concurrentie zal met name sprake zijn, als de werknemer door kennis van de werkwijze, de klanten en de overige bedrijfsgeheimen van zijn voormalig werkgever, zichzelf of zijn nieuwe werkgever een positie verschaft waarbij sprake is van ongerechtvaardigd voordeel in het concurrerend handelen.

 

De nadruk ligt dan niet zozeer op de kennis en vaardigheden die de werknemer tijdens het dienstverband door eigen toedoen heeft opgedaan, maar op de inbreng van werkgever om werknemer in staat te stellen om zijn werk optimaal te laten verrichten.

 

Het belang van een werkgever bij het in stand houden van het concurrentiebeding is dan ook niet zozeer het tegengaan van concurrentie in het algemeen, maar het voorkomen dat een (ex)werknemer met gebruikmaking van de kennis van de onderneming van de (ex)werkgever - die hij zonder zijn werk voor de (ex)werkgever niet zou hebben – zijn vorige werkgever rechtstreeks concurrentie zou kunnen aandoen, en daarmee zichzelf of zijn nieuwe werkgever een ongerechtvaardigde voorsprong in concurrerend handelen zou kunnen bezorgen.

 

In deze specifieke zaak betekent dit het volgende. De Deense firma is (een van) de grootste concurrent(en) van de Nederlandse werkgever, op het gebied van een bepaald product. Juist dat product zorgt bij de Nederlandse werkgever voor een substantieel deel van de jaaromzet. Werknemer heeft bij werkgever een commerciële functie en werkt nu zelfstandig. Het hof vindt dat het voldoende aannemelijk is geworden dat werknemer de commerciële kant van het bedrijf kent (afnemers, volumes, prijzen en marktpositie t.o.v. concurrenten) en dat juist díe kennis voor de Deense concurrent van groot belang kan zijn.

 

Werknemer gaat bij zijn nieuwe werkgever 90% meer salaris verdienen dan bij zijn oude werknemer, maar onduidelijk is waarom. Het hof acht de vrees van de oude werkgever, dat de Deense concurrent mede betaalt voor de zojuist genoemde kennis van de oude werkgever, dan ook voldoende onderbouwd. Volgens het hof biedt het geheimhoudingsbeding op zichzelf niet voldoende bescherming. Het belang van werknemer weegt onvoldoende op tegen de gegronde vrees van de oude werkgever.

 

Dat werknemer bij handhaving van het concurrentiebeding brodeloos zal worden, is onvoldoende toegelicht: dat hij niet bij de Deense concurrent kan gaan werken, wil niet zeggen dat hij geen enkele andere werkgever kan vinden of niet bij een andere werkgever in de branche werkzaam kan zijn.


De gehele uitspraak treft u hier aan: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:2435

 

Ook vragen over het concurrentiebeding of andere arbeidsrechtelijke aangelegenheden? De advocaten van SPEE advocaten & mediation helpen werkgevers en werknemers graag op weg.