Een docent komt ten val tijdens een buitenschoolse activiteit: is de school aansprakelijk?

 

Activiteiten die buiten het werk plaatsvinden: het zijn vaak activiteiten waarbij het risico op ongelukken groter is dan normaal op de werkvloer. Als er onverhoopt iets gebeurt, is de werkgever dan aansprakelijk voor de schade van de werknemer? Of zijn dit soort activiteiten voor eigen risico van de werknemer?

 

Wat speelde er?

Op 23 januari 2012 was een mentor/docent bij Stichting ROC met een aantal andere collega’s aanwezig bij een buitenschoolse activiteit: schaatsen. Tijdens het schaatsen is de docent ten val gekomen, waarbij hij met zijn hoofd op het ijs terechtkwam. Daarbij heeft hij postcommotioneel syndroom opgelopen. Dat houdt in dat symptomen die kunnen optreden na een hersenschudding gedurende langere periode aanhouden; dit kan maanden maar ook jaren zijn.

 

In 2015 is werknemer in het kader van de WIA 79% arbeidsongeschikt verklaard. Hij stelt het ROC aansprakelijk voor zijn schade. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het ROC aansprakelijk is voor zowel de materiële als de immateriële schade die werknemer lijdt en nog zal lijden door het ongeval. Tegen die uitspraak gaat ROC in hoger beroep. In hoger beroep staat onder andere de vraag centraal of de aanwezigheid bij en deelname aan de schaatsactiviteit door werknemer kan worden aangemerkt als uitoefening van de werkzaamheden en zo ja, of het ROC heeft voldaan aan haar zorgplicht jegens werknemer.

 

Het oordeel van het hof

Net als de kantonrechter is het hof van oordeel dat er sprake was van uitoefening van de werkzaamheden. De schaatsactiviteit behoorde tot het curriculum en moest worden begeleid. Dat de werknemer zich vrijwillig heeft aangemeld als begeleider doet er niet toe. Door het ROC werd van hem verwacht dat hij als begeleider mee ging en er werd gerekend op zijn aanwezigheid. Er was geen sprake meer van vrijblijvendheid. Bovendien heeft het ROC verklaard dat het begeleiden van de schaatsactiviteit door het ROC gezien werd als een gangbaar onderdeel van het takenpakket van de docenten. Het hof gaat niet mee in het betoog van het ROC dat het actief deelnemen aan de schaatsactiviteit van werknemer een onjuiste taakopvatting is geweest en dat daarom geen sprake kan zijn van uitoefening van de werkzaamheden. Het blijkt ook niet dat het ROC haar werknemers heeft geïnstrueerd over de precieze inhoud van de begeleiderstaak.

 

Het hof is net als de kantonrechter van oordeel dat er géén sprake is van een ‘huis-, tuin- en keukenongeval’. Schaatsen is een duidelijk van het dagelijks leven afgebakende activiteit waarbij een duidelijk risico op vallen en/of letsel bestaat. Op het ROC rustte wel degelijk een zorgplicht jegens de werknemers die de schaatsactiviteit begeleidden. Het ROC mocht er niet zomaar vanuit gaan dat iedere begeleidende docent zich op het ijs zou kunnen redden, ook niet als er al ervaring met schaatsen was.

 

Het hof is van mening dat het ROC een zorgplicht had om werknemer te instrueren over en te waarschuwen voor de risico’s die verbonden zijn aan het schaatsen. Het ROC heeft de docenten alleen geïnstrueerd over het gebruik van handschoenen en over het type schaats dat gebruikt kon worden. Daarmee heeft het ROC niet voldaan aan haar zorgplicht. Het ROC had de docenten instructies moeten geven over de risico’s van het schaatsen. Zo had zij de docenten kunnen instrueren dat zij langs de kant konden blijven staan of had zij kunnen aangeven dat indien zij toch wilden schaatsen (en niet of niet goed konden schaatsen) zij voorzichtig zouden moeten doen of gebruik moesten maken van de reling die op de ijsbaan is aangebracht, van de schaatsrekken die aldaar aanwezig waren of hulp vragen aan de leden van de Sportdesk die ter plaatse aanwezig waren.

 

Verder had van ROC verwacht mogen worden dat zij helmen ter beschikking stelde. Of het dragen van valhelmen al dan niet gebruikelijk is in Nederland doet aan deze verplichting niet af. Dit zijn allemaal makkelijk te nemen maatregelen, gelet op het risico. Het maakt daarbij niet uit dat werknemer al meermaals mee geweest is naar de schaatsbaan.

 

Als werkgever is het dus goed om voorafgaand aan een activiteit die buiten werktijd plaatsvindt, na te gaan welke risico’s er verbonden zijn aan die activiteit en welke maatregelen er genomen kunnen worden om die risico’s zoveel mogelijk te beperken. De zorgplicht van de werkgever gaat immers vrij ver.

 

Heeft u hier vragen over? Of wilt u advies? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met een van onze ervaren arbeidsrechtadvocaten.