Overtreding van concurrentie- en geheimhoudingsbeding komt een werknemer duur te staan; hij is € 389.000,- aan boete verschuldigd

 

Werknemer had zijn (brandbeveiligings)bedrijf verkocht en was vervolgens in dienst getreden van de verkochte vennootschap. Zijn arbeidsovereenkomst met ingangsdatum 12 april 2014, bevatte een non-concurrentie- en een relatiebeding, dat zowel tijdens de arbeidsrelatie als gedurende een periode van 12 maanden daarna gold. Daarnaast was een geheimhoudingsbeding overeengekomen. Al deze bedingen waren versterkt met een boetebeding. De arbeidsovereenkomst is met een vaststellingsovereenkomst gedateerd 26 januari 2015 geëindigd per 28 februari 2015. In deze beëindigingsovereenkomst is overeengekomen dat het relatie- en het geheimhoudingsbeding uit de arbeidsovereenkomst zijn blijven gelden. Werknemer heeft tijdens het bestaan van de arbeidsovereenkomst facturen van werkgever doen innen op een aan hem in privé toebehorende bankrekening. Werkgever heeft daarvan aangifte gedaan en werknemer is daarvoor veroordeeld tot 60 uur dienstverlening. Het fraudeleus geïnde bedrag is inmiddels terugbetaald. Verder heeft werknemer tijdens het bestaan van de arbeidsovereenkomst een eigen (nieuw) bedrijf opgericht, dat zich óók brandbeveiliging bezig hield.

 

De Kantonrechter heeft werknemer veroordeeld tot betaling van € 389.000,- aan verbeurde boeten, op basis van overtreding van het concurrentiebeding, het relatiebeding en het geheimhoudingsbeding. Werknemer is van deze beschikking in hoger beroep gekomen.

 

Dit mocht echter niet baten, aangezien het Hof het standpunt van werknemer, dat hij het concurrentiebeding niet heeft overtreden, verwerpt.

 

Concurrentiebeding

 

Werknemer stelt dat hij het concurrentiebeding niet heeft overtreden, omdat dit beding volgens hem zo zou moeten worden uitgelegd dat het alleen slaat op werkzaamheden als vestigingsmanager en niet op werkzaamheden van andere aard. De tekst van het beding geeft echter volgens het Gerechtshof geen enkele aanleiding voor een dergelijke beperkte uitleg. Het concurrentiebeding had bovendien een geldigheidsduur van één jaar, hetgeen door het Gerechtshof niet buitensporig wordt geacht. Verder ziet het concurrentiebeding op de activiteiten van werkgever, waarvan de kernactiviteit brandbeveiliging is. De werkzaamheden in geding ten aanzien waarvan werkgever werknemer het verwijt maakt dat hij daarmee het beding heeft overtreden, zien allemaal op werkzaamheden in het kader van brandbeveiliging. Ook het betoog van werknemer dat ten onrechte geen nadere geografische beperking in het geding is opgenomen, slaagt niet.

 

Geheimhoudingsbeding

 

De Kantonrechter heeft in eerste aanleg geoordeeld dat werknemer eenmaal de boete wegens schending van het geheimhoudingsbeding had verbeurd, omdat hij alle prijslijsten van werkgever naar zijn privé-e-mailadres had gezonden. Een toereikende verklaring waarom hij deze gegevens naar zijn privé-e-mailadres heeft gezonden, kan werknemer niet geven. Het Gerechtshof in hoger beroep onderschrijft het oordeel van de Kantonrechter dat deze handelswijze strijdig is met het geheimhoudingsbeding. De grieven van werknemer gericht tegen de verschuldigdheid van de boeten wegens schending van het concurrentie- en het geheimhoudingsbeding, troffen dan ook geen doel.

 

Conclusie

 

Het overtreden van een concurrentie-/relatie- of geheimhoudingsbeding, kan een werknemer duur komen te staan, zo blijkt maar weer. Een boete van € 389.000,-, is immers een enorm bedrag. Wat we uit deze casus kunnen leren, is dat het belangrijk blijft – zowel voor werkgevers als voor werknemers – om – indien er in een arbeidsovereenkomst een dergelijk beding wordt opgenomen – zich goed te laten adviseren over zowel de juiste formulering ervan, als over de reikwijdte en consequenties.

 

Meer informatie? Bel of mail ons gerust! 043-365 20 88 of info@spee-advocaten.nl.