Ontslag op staande voet voor telefoonminnende trambestuurster houdt geen stand

 

Het blijft voer voor juristen: het ontslag op staande voet. Dat bleek ook uit een recente kwestie die door de rechtbank Rotterdam is behandeld. Het betrof een trambestuurster die tijdens het opschakelen van de tram door haar chefs is gezien met een telefoon in de hand. Het ontslag op staande voet hield echter geen stand, ook al was de bestuurster al eerder de fout ingegaan.

 

De werkneemster (sinds 2006 in dienst) was op 27 april 2017 betrokken bij een aanrijding tussen de door haar bestuurde tram en een bus. Niet onbelangrijk was dat de bestuurster bij het wegrijden van de halte haar telefoon in de hand hield. Haar werkgever heeft haar op dit gedrag aangesproken in een brief van 1 mei 2017.

 

Op 18 april 2019, dus 2 jaar later, werd werkneemster in de ochtend door twee chefs gezien bij een halte, terwijl zij de tram opschakelde met haar werktelefoon in de hand. Op dezelfde dag vond een gesprek plaats met haar direct leidinggevende, waarin de bestuurster het voorval heeft toegegeven. Werkneemster is toen per direct geschorst. Op 2 mei 2019 is zij op staande voet ontslagen vanwege het voorval op 18 april 2019.

 

Werkneemster stapt naar de kantonrechter en verzoekt het ontslag op staande voet te vernietigen. De werkgever verzoekt op zijn beurt om – voor zover het ontslag op staande voet geen stand houdt – ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair vanwege verwijtbaar handelen van werkneemster en subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding.

 

Het oordeel van de kantonrechter houdt in dat een werkgever de nodige zorgvuldigheid dient te betrachten bij een ontslag op staande voet. Zo kan het nodig zijn om een onderzoek in te stellen om vermoedens te concretiseren of om werknemer te horen. Echter, in dit geval heeft de bestuurster direct (op 18 april 2019) toegegeven dat zij bij het opschakelen van de tram een telefoon in de hand had. Het ontslag op staande voet twee weken later (op 2 mei 2019) is dus niet “onverwijld” gegeven, zoals de wet dat voorschrijft. Om die reden vernietigt de kantonrechter het ontslag op staande voet.

 

Maar daarmee zijn we er nog niet. Werkgever heeft immers ook om ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht. De kantonrechter is het met werkgever is eens dat de gedraging van werkneemster verwijtbaar is: het is in strijd met de regels van het cabinebeleid om een mobiele telefoon in de hand te houden tijdens het rijden. De bestuurster is bovendien een beroepsbestuurder en draagt verantwoording over een tram met passagiers.

 

Maar de kantonrechter is ook van mening dat het handelen van werkneemster níet dusdanig verwijtbaar is dat van werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Hier weegt mee dat werkgever zelf geen eenduidig en consistent beleid voert voor die situaties waarin een medewerker tijdens het besturen van een voertuig met een telefoon in de hand wordt gezien. Er is immers gebleken dat werkgever in vergelijkbare gevallen minder streng is opgetreden, zonder aanwijsbare en verifieerbare reden. Werkneemster was weliswaar een gewaarschuwd mens (gelet op het voorval van 2 jaar eerder), maar hoefde niet te rekenen op een zó strenge sanctie als beëindiging van de arbeidsovereenkomst, aldus de rechter.

 

Dat brengt ons bij de volgende grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, die door werkgever is aangevoerd. Ook die houdt geen stand: volgens de kantonrechter is er geen sprake van een ernstige schending van de vertrouwensband tussen werkgever en werknemer. Andere werknemers hebben namelijk eveneens herhaaldelijk onveilig rijgedrag vertoond en in die gevallen was ook geen sprake van een dusdanig ernstige schending van de vertrouwensband dat dit ontbinding van de arbeidsovereenkomst tot gevolg zou moeten hebben.

 

Kortom: werkneemster ontspringt de dans en werkgever dient haar toe te laten tot de gebruikelijke werkzaamheden. De volledige uitspraak treft u hier aan.

 

De slotsom is dan ook dat bij een ontslag op staande voet de grootst mogelijke zorgvuldigheid moet worden betracht én dat het verstandig is om tijdig juridische bijstand in te roepen. Bij de arbeidsrechtspecialisten van SPEE advocaten & mediation bent daarvoor – zowel als werkgever en als werknemer – aan het juiste adres.