Arbeidsovereenkomst rechtsgeldig verlengd via WhatsApp

 

Ook deze week weer een interessante arbeidsrechtelijke uitspraak over het gebruik van WhatsApp. Dit keer gaat het om de mededeling van een werkgever aan werkneemster dat haar tijdelijke arbeidsovereenkomst wordt verlengd. Later komt werkgever hierop terug, nadat werkneemster ziek is geworden, maar het Gerechtshof is van oordeel dat werkgever aan de toezegging omtrent verlenging gehouden kan worden, ook al betreft het “maar een appje”.

 

In deze kwestie ging het om een werkneemster van een tandheelkundig centrum, die per 1 november 2017 voor 12 maanden in dienst was getreden. Op 19 juni 2018 heeft zij aan haar werkgever gevraagd of haar contract zou worden verlengd. Werkgever heeft dit vervolgens toegezegd via WhatsApp, waarna werkneemster heeft teruggestuurd: 'O oké. Ja gelukkig ik was al bezig met andere dingen zoeken'.

 

Op 13 september 2018 wordt werkneemster echter ziek als gevolg van een ernstige snijwond die zij in de tandartspraktijk heeft opgelopen. Werkgever heeft toen op 27 september 2018 per e-mail laten weten dat de arbeidsovereenkomst op 31 oktober 2018 van rechtswege zou eindigen. Per 1 november 2018 heeft het UWV aan werkneemster een uitkering conform de Ziektewet toegekend, waarbij ervan uit wordt gegaan dat per die datum het dienstverband eindigt.

 

Werkneemster laat het er niet bij zitten en stapt naar de kantonrechter. Zij verzoekt om vernietiging van de opzegging c.q. de beëindiging aan de kant van werkgever. Dit omdat zij per WhatsApp de toezegging heeft gekregen dat haar contract zou worden verlengd. De kantonrechter gaat hier echter niet in mee: er zou geen sprake zijn geweest van een “concrete, ondubbelzinnige en onherroepelijke toezegging” van werkgever dat de arbeidsovereenkomst na 1 november 2018 zal worden voortgezet.

 

Aangezien werkneemster zich hierin niet kan vinden, wordt de zaak in hoger beroep aan het Gerechtshof Den Haag voorgelegd. Het Hof geeft – in tegenstelling tot de kantonrechter – werkneemster gelijk. De door de kantonrechter gehanteerde maatstaf wordt te streng bevonden. Werkneemster mocht de verklaringen van haar werkgever wel degelijk zo begrijpen dat zij een verlenging van de arbeidsovereenkomst is overeengekomen.

 

 

Concreet betekent dit dus dat per 1 november 2018 een nieuwe arbeidsovereenkomst voor 12 maanden is ingegaan. Werkgever heeft weliswaar op 27 september 2018 en 31 oktober 2018 aangezegd, maar dat moet worden gezien als een opzegging (op voorhand) van het aldus voortgezette dienstverband. Werkneemster heeft niet met opzegging ingestemd en werkgever had voor opzegging geen redelijke grond. Bovendien gold er vanwege de ziekte van werkneemster al een opzegverbod per 13 september 2018.

 

Kortom: het Hof acht de opzegging van de arbeidsovereenkomst onrechtmatig en om die reden vernietigbaar. Aan werkneemster wordt bovendien een billijke vergoeding toegekend van € 3.500,-.

 

U kunt de volledige uitspraak hier nalezen.

 

Moraal van het verhaal: pas goed op uw berichtenverkeer, ook via WhatsApp! In het kader van verlenging van arbeidsovereenkomsten zijn dergelijke berichtjes zeker relevant. Vragen over de totstandkoming of beëindiging van arbeidsovereenkomsten? SPEE advocaten & mediation helpt u verder.