Ontbindingsverzoek door werknemer met 38-jarig dienstverband: toekenning van € 105.000,- aan billijke vergoeding

 

Landelijk komen we het niet op grote schaal tegen: het verzoek bij de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, ingediend door werknemer zelf. Voor het slagen van een dergelijk verzoek is namelijk ‘ernstig verwijtbaar handelen’ van werkgever vereist en dat moet worden aangetoond.

 

Onlangs heeft de rechtbank Gelderland zich wel over een dergelijke zaak uitgelaten en de uitkomst daarvan is interessant om met u te delen. Er wordt namelijk aan werknemer – naast de transitievergoeding – een billijke vergoeding van € 105.000,- toegekend.

 

Het gaat om een werkneemster die al in 1982 in dienst is getreden bij Radboudumc op de afdeling patiëntenvoeding, waar zij inmiddels teamleider was. Deze afdeling is op 1 oktober 2015 door Foodcare B.V. overgenomen van Radboudumc.

 

In november 2017 heeft Foodcare een medewerkerstevredenheidsonderzoek laten uitvoeren en vervolgens een bureau ingeschakeld om de medewerkerstevredenheid te verbeteren. In dat traject was aandacht voor de stijl van leidinggeven. Foodcare heeft op 16 januari 2019 gesproken met werkneemster over de aanbevelingen van het bureau.

 

Foodcare houdt werkneemster voor dat in de nieuwe rol van teamleider andere competenties nodig zijn: werkneemster wordt vrijgesteld van werkzaamheden “om aan zichzelf te werken”, zonder garantie van behoud van haar functie. Op 16 januari 2019 heeft werkneemster in opdracht van Foodcare haar werk neergelegd en op 24 januari vond een tweede gesprek plaats over een coachingtraject voor werkneemster. Vervolgens heeft werkneemster zich vanwege een al langer voorziene medische ingreep per 14 februari 2019 ziek gemeld.

 

Vanaf april 2019 is met Foodcare gesproken over werkhervatting door werkneemster in haar eigen functie als teamleider, maar ook over de voorwaarden waaronder een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden tot stand zou kunnen komen. Overeenstemming werd echter niet bereikt. Op 6 augustus 2019 is werkneemster hersteld verklaard en heeft zij aangegeven dat zij graag weer in haar eigen werk zou starten, maar dat wilde Foodcare niet.

 

Werkneemster kondigt aan een ontbindingsprocedure bij de kantonrechter te starten en zich wederom ziek te melden. Naast ontbinding van haar arbeidsovereenkomst verzoekt werkneemster een billijke vergoeding ter hoogte van € 349.972,-.

 

Foodcare verzet zich niet tegen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en die wordt ook door de rechter toegewezen, aangezien werkneemster heeft gesteld dat daarvoor een gewichtige reden aanwezig is. De kantonrechter is echter ook van oordeel dat Foodcare ernstig verwijtbaar heeft gehandeld: bij een verandering in de werkorganisatie zijn de arbeidsrechtelijke basisregels genegeerd, veronachtzaamd en geschonden.

 

Hoewel voorop staat dat een werkgever de eigen werkorganisatie mag inrichten op de manier die hem goeddunkt, ook als dat in een richting gaat waarvan het nut zou kunnen worden betwijfeld, heeft Foodcare werkneemster van de ene op de andere dag haar functie ontnomen, zonder voorafgaande ontslagprocedure bij het UWV of ontbindingsverzoek op de d-grond.  

 

Hoewel er over een verbeteringstraject is gesproken, heeft Foodcare werkneemster ook meteen laten weten dat zij niet zou kunnen terugkeren in haar functie. Het ging weliswaar niet om een formeel ontslag, maar de ingestelde non-activiteit is door werkneemster wel als zodanig beleefd.

 

Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat Foodcare de arbeidsovereenkomst niet zomaar kon wijzigen, omdat geen sprake is van een schriftelijk beding ex artikel 7:613 en omdat Foodcare de zogenaamde Stoof/Mammoet-criteria uit de jurisprudentie niet haalt.

 

De slotsom van de kantonrechter luidt dan ook dat Foodcare op aspecten op verregaande wijze heeft gehandeld in strijd met haar verplichtingen als goed werkgever.

 

Werkneemster heeft dus recht op een transitievergoeding én een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen en nalaten van werkgever.  Het zal zo’n twee jaar duren voordat werkneemster nieuw werk vindt. Als het al eerder lukt werk te vinden, is onvoldoende zeker dat zij daarmee het loon zal kunnen verdienen zoals zij dat bij Foodcare verdiende. Daarnaast betrekt de kantonrechter een bedrag aan compensatie voor het verwijtbare gedrag van Foodcare en compensatie van pensioenschade in de berekening. De kantonrechter komt hiermee uit op een billijke vergoeding op € 105.000 bruto, naast de transitievergoeding.

 

De volledige uitspraak kunt u hier lezen.

 

Heeft u vragen over ontbinding van de arbeidsovereenkomst, al dan niet op verzoek van werknemer, ernstig verwijtbaar handelen van werkgevers, berekening van transitievergoeding of billijke vergoeding? De arbeidsrechtadvocaten van SPEE advocaten & mediation helpen u vooruit!