Wetsvoorstel 'Wet arbeidsmarkt in balans': de invoering van een nieuwe ontslaggrond

 

Zoals u inmiddels zult weten, heeft in 2015 een grote wijziging in het ontslagrecht plaatsgevonden door de invoering van de WWZ. Na het doorvoeren van vernieuwingen volgt er vrijwel altijd kritiek, ook na de invoering van de WWZ is dat geval. De kern van deze kritiek is dat het een stuk moeilijker is geworden om een werknemer te ontslaan. Naar aanleiding daarvan hebben een aantal onderzoeken plaatsgevonden, bijvoorbeeld naar de afwijzing van ontbindingsverzoeken tot ontslag. De tot nu toe gepubliceerde onderzoeken geven het beeld dat het onder het nieuwe ontslagrecht inderdaad een stuk lastiger is geworden om een ontslag te realiseren. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn de starre ontslaggronden en de beperkte mogelijkheid tot het toekennen van een aanvullende (billijke) vergoeding.

 

Door de wetgever is in april 2018 een nieuwe wijziging van het ontslagrecht voorgesteld, namelijk het wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). Met dit wetsvoorstel is ook ingespeeld op de hiervoor genoemde kritiek. Het doel van het voorstel is ‘flex minder flex’ en ‘vast minder vast’ maken.

 

Een onderdeel van het wetsvoorstel is de invoering van een nieuwe ontslaggrond in artikel 7:669 lid 3 sub i BW. Deze i-grond luidt als volgt:

 

een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de gronden, bedoeld in de onderdelen  c tot en met h, die zodanig is dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.”

 

Deze grond geeft de rechter meer ruimte om over te gaan tot een ontslag in situaties waarin er niet geheel voldaan is aan één ontslaggrond, maar waarin ontslag wel gerechtvaardigd zou zijn. De i-grond is enkel bestemd voor situaties waarin het gaat om omstandigheden die gelegen zijn in de persoon van de werknemer of in de onderlinge verhoudingen tussen partijen. Cumulatie kan dus niet wanneer er sprake is van arbeidsongeschiktheid of bedrijfseconomische redenen.

 

Wanneer de rechter besluit om het verzoek op de cumulatiegrond toe te wijzen, kan hij er voor kiezen om de werknemer naast de transitievergoeding een aanvullende vergoeding toe te kennen. Aan deze vergoeding is een bovengrens verbonden, deze mag niet meer bedragen dan de helft van de transitievergoeding. Het toewijzen van een aanvullende vergoeding en de berekening daarvan zijn in het wetsvoorstel opgenomen als discretionaire bevoegdheid van de rechter. Het hoeft dus niet altijd zo te zijn dat ontbinding op basis van de cumulatiegrond leidt tot toekenning van een aanvullende vergoeding.

 

De i-grond kan zowel primair, als subsidiair aangevoerd worden door de werkgever. Het is uiteindelijk aan de rechter om te bepalen of de aangevoerde omstandigheden uit twee ontslaggronden samen een redelijke grond tot ontslag opleveren op basis van de cumulatiegrond. De rechter zal beoordelen of de combinatie van omstandigheden met zich meebrengt dat van de werkgever in redelijkheid niet verlangd kan worden dat deze de arbeidsovereenkomst laat voortduren. Wanneer de werkgever zelf geen beroep doet op de i-grond in zijn ontbindingsverzoek, dan kan de rechter ook ervoor kiezen om de arbeidsovereenkomst ambtshalve op de i-grond te ontbinden. Omgekeerd kan ook. Wanneer er een verzoek ingediend wordt op basis van de i-grond, maar de rechter oordeelt dat er geen sprake is van de i-grond, maar wel van een andere redelijke grond voor ontslag, dan kan de rechter alsnog ontbinden op een van de andere gronden. Daaruit volgt dus dat de rechter, ongeacht hoe de eis van het verzoekschrift geformuleerd is, ambtshalve kan beslissen op welke grond hij de arbeidsovereenkomst zal ontbinden. Daarbij kan hij ook ambtshalve beslissen of hij de werknemer een aanvullende vergoeding toekent.

 

Het wetsvoorstel roept, ondanks de toelichting van de wetgever, nog veel vragen op. Zo is het bijvoorbeeld niet helemaal duidelijk in hoeverre aan elke ontslaggrond voldaan moet zijn, wil de cumulatiegrond van toepassing zijn. Verder is het ook niet duidelijk hoe de aanvullende vergoeding van de i-grond zich verhoudt tot de billijke vergoeding. En zo zijn er nog een heel aantal zaken die door de wetgever verduidelijkt zouden moeten worden.

 

Met het wetsvoorstel beoogt de wetgever het ontslagrecht wat soepeler te maken. Met het invoeren van de i-grond wil de wetgever het mogelijk maken om een arbeidsovereenkomst te ontbinden, ondanks dat er niet voldaan is aan de eisen van één ontslaggrond, maar de omstandigheden ontslag wel rechtvaardigen. De rechter krijgt daarbij veel vrijheid. Het wetsvoorstel brengt echter nog een aantal complicaties met zich mee die het doel ervan niet ten goede komen. Het is dus afwachten hoe dit zich zal gaan ontwikkelen.

 

Heeft u vragen? Of wilt u graag advies? Neem dan vrijblijvend contact op met SPEE advocaten & mediation. Onze arbeidsrechtadvocaten staan u graag met raad en daad ter zijde!